Valt een deel van het beeld buiten uw scherm?
uw beeldscherm minimaal instellen op 1024x768!
Ga naar Tuinontwerp & Groenconsult, Johan van der Perk
 
 
   

De familie der aronskelken is een van de meest bizarre plantenfamilies. Bekend is natuurlijk de Italiaanse Aronskelk. Maar je vindt er ook olifanstoren, draketongen, duivelstongen, voodoolelies, cobralelies en nog vele andere soorten in terug. Zeker een onderschatte maar interessante plantengroep voor de tuin. Vooral de kleine tuiniers onder ons lijken aangetrokken tot deze fantasy-planten…. Onder de Aronskelken zijn uitgesproken schaduwliefhebbers (waaronder diverse Arisaema) voor een humusrijke, vochtige plaats en echte zonliefhebbers (zoals Dracunculus) voor een droge bodems. Hieronder volgen een aantal beschrijvingen waar we steeds weer nieuwe soorten aan toe hopen te voegen.

 

Amorphophallus rivieri Konjac (Duivelstong)
Nog een bijzondere loot uit de aronskelkfamilie: een Amorphophallus uit Japan. Het kleine broertje van de grootste bloem ter wereld (Amorphophallus tutanum). Deze ongewone plant maakt een groot ingesneden blad met een 70 cm hoge, groen-zwartgevlekte bladsteel. Als de plant oud genoeg is produceerd hij een fascinerende bloeiwijze van ca. 15 cm, gelijkend een grote vaas van paars vinyl met een paarse spadix. Na de bloei rust de plant meestal een paar weken totdat in Juni het blad verschijnt. De moederplant maakt scheuten zodat op den duur een cluster ontstaat. Oude planten maken knollen met een doorsnede tot 30 cm en een gewicht tot 10 kg. Amorphophallus rivieri Konjac is een belangrijk gewas in Japan. Traditioneel worden er noodles van gemaakt, maar tegenwoordig wordt deze soort verbouwd ten behoeve van de farmaceutische industrie voor het winnen van een ongewone carbonhydrataat (mannose) voor het vervaardigen van gels.

Cobralelies – Arisaema
De Cobralelies vormen een klasse apart. Onder de cobralelies vindt men de meest uiteenlopende blad- en bloeivormen. Al zijn ze vooral geschikt voor de gevorderde liefhebber, veel mensen kunnen de schoonheid van de bijzondere bloemen en prachtig gevormde bladeren niet weerstaan. Op de kwekerij zijn elk jaar (meestal bloeiende) planten van een tiental soorten verkrijgbaar. Cobralelies groeien bij voorkeur op een locatie met veel humus, in de halfschaduw en wat meer vocht op een zonnige plek. De aanplantdiepte is 20 tot 30 cm. Op de lange duur vormen zich clusters van waaruit elk jaar steeds meer bloemen en bladeren ontwikkelen. Volwassen clusters Arisaema zijn bijzonder indrukwekkend. Het zijn planten welke rust en tijd nodig hebben om zich goed te ontwikkelen. Een natte plek in de winter wordt sterk afgeraden vanwege de kans op rotting. Het beste plant met een Arisaema op een bedje van grof rivierzand, zodat de directe omgeving van de knol goed afwatert. Er staan er nog enkele tientallen op de proeftuinlijst, zodat het aanbod nog zal groeien de komende tijd. De planten kweken wij op in grote potten zodat de knol zich optimaal kan ontwikkelen. Ter versterking van het ‘skelet’van de bol wordt in het voorjaar een kalkpreparaat toegevoegd. We planten ze uit in grote ingegraven cementkuipen tussen volwassen bamboebossages om ingroei van bamboewortels te voorkomen.

Nieuwe soorten in het seizoen 2006/7 zijn: A. concinnum, A. dracontium, A. galeatum, A. griffithii Pradhanii, A. nepenthoides, A. utile

Arisaema candidissimum (Japanse cobralelie)
Een buitenbeentje binnen de Cobralelies, de bloem is zuiver wit met rose strepen in de keel. De buitenzijde is lichtgroen.
De gladde stengels hebben een tekening als van een slangenhuid. Het groot parasolvorming drietallig blad in de zomer is ook zeer de moeite waard. Herkomstgebied is China.

Arisaema ciliatum (Chinese cobralelie)
Deze soort vermeerderd zich door korte uitlopertjes. Het 50 -90 cm hoge blad is elegant parapluvormig. De bloeiwijze staat hoog op de stengel en is paars van kleur. Door de groeihoogte, bladvorm en bloeikleur een opvallende verschijning in de tuin. Groeit het beste in de halfschaduw. Oorsprongsgebied ligt in West China in loofbossen op een hoogte van 2500 tot 3300 m.

Arisaema costatum (Tibetaanse cobralelie)
Onder de Arisaema’s is dit een unieke soort vanwege de duidelijk zichtbare transversaal lopende bladnerven aan de onderzijde van het blad. Deze ‘whiplash’arisaema bereikt een hoogte tot 60 cm en heeft drieledige bladeren met rode middennerven. Zeer fraai is ook de bladsteel welke vaak paarsrood getint is. De bloeiwijze bevindt zich onder het blad en is 15 tot 30 cm lang, groen tot paars van kleur met witte of creme lengtestrepen over de ‘hoed’. De spadix heeft een zeer lange (tot 50 cm) kronkelend draadachtige uitloop met een opvallende paarsrode kleur. De vrucht is ca 10 cm lang en 5 cm in doorsnede en bezet met talloze naar roodverkleurende vruchten)

Arisaema fargesii (Chinese cobralelie)
Een van de mooiste Arisaema’s welke soms onder de foutieve naam Typhonium giganteum wordt aangeboden. Deze zeldzame soort vormt een opvallende verschijning door de forse maat van het loof en de snelle vorming van een cluster. De bloeiwijze ontwikkeld direct na het ontvouwen van het blad met een sterk gebogen kelk voorzien van een prachtige wit-paarse bandering. Komt van oorsprong uit West China (Sichuan, Gansu, Hubei) en groeit daar op open zonnige locaties tussen rosten en struiken op een hoogte van 900 – 1600 meter.

Arisaema fargesii, opname van de ontluikende bloemen onder het grote blad

Arisaema griffithii (Nepal cobralelie)
De Arisaema griffithii is een van de vreemdste en meest spectaculaire Arisaema’s. De reptiel-achtige bloeiwijze is opvallend in combinatie met de lange spadix-sliert. .Een fors uitgroeiende soort waarvan de knollen een omvang tot 11 cm bereiken. Oorsprongsgebied is de oostelijke Himalaya. De bloeiwijze verschijnt in mei-juni onder het blad. Het natuurlijk habitat van deze soort bestaat uit Rhododondron bossen, open struikvegetaties en alpine graslanden tussen 2400 en 3900 m (Nepal, Sikkim, Bhutan, Darjeeling).

Arisaema ringens (Japanse cobralelie)
Een sterke soort met drieledige bladeren, ofschoon afkomstig uit de kustgebieden van Zuid Japan. Een prachtige bloeiwijze onder het blad. Komt verder voor in oost China en Zuid Korea. De volwassen plant groeit op tot meer dan 1 meter met daaronder de sterk gebogen bloeiwijze, paars-groen met witte strepen of stippels. Prima plant voor een plek in de zon of halfschaduw waar zij lang met rust gelaten wordt om deze forse afmetingen te krijgen. Elke goed gedraineerde tuingrond is bruikbaar.

Arisaema ringens Arisaema ringens bloeiend in mei

Arisaema sikokianum (Japanse cobralelie)
Een Japanse soort met een uitgesproken elegant blad. De bloem is donkerbruin/paars met groene strepen en een witte keel. Opvallend is de witte bloeiknots in de kelk. Deze zeldzaamheid is een van de meest gewaardeerde Arisaema’s. De plant groeit uiteindelijk op tot 50 cm.

Arisaema speciosum (Cobralelie)

Deze cobralelie wordt al snel vrij fors. Opvallend is de rode rand lang het grote blad.

Arisaema speciosum, foto gehele plant, bloem + blad detail bloeikolf Arisaema speciosum Detail van het blad van Arisaema speciosum. Let op de rode bladrand

Arisaema tortuosum (Cobralelie)
Een Arisamena uit de Himalaya. Dit is de grootste van allemaal. Onder optimale omstandigheden wordt deze plant 150 - 200 cm hoog! Arisaema tortuosum heeft een groen schutblad met een paarse spadix. Het is aan te bevelen de knollen van deze plant diep aan te planten, vanwege de stevigheid van de scheuten (bij harde wind) en als vorstbescherming. Het spreekt voor zich dat de bodem goed afwatert. Het is een typische bosplant en hij prefereert daarom ook een beschutte groeiplaats in de halfschaduw, bijvoorbeeld in de nabijheid van groenblijvende heesters. De bloeiperiode valt van april tot juli en de zaadkolf is in september uitgerijpt. Onze planten zijn op een hoogte tussen 2000 en 3500 meter verzameld waardoor de winterhardheid beter is dan exemplaren van lager gelegen leefgebieden.

Arisaema triphyllum (Amerikaanse cobralelie)
Dit is de enige soort uit Noord Amerika. De Nederlandse naam is Jan op de Preekstoel. Groeit uit tot prachtige clusters, in het voorjaar getooid met bloemkelken, witte binnenzijde met purperbruine aders. Dit is een goede ‘startersplant’ voor de beginnende liefhebber.


Arisaema urashima (A. thunbergii f. urashima) (Japanse Cobralelie)
Nog een sterke, prachtige Arisaema uit Japan (Hokkaido, Honshu, Shikoku). Deze soort groeit tot 60 cm op en vormt langzaam een cluster. Op een gunstige locatie zijn ook vaak zaailingen in de buurt te vinden. Een soort met prachtige ingesneden bladeren (11 – 15 bladleden). De bloeiwijze onderscheidt zich van andere soorten door de kleur, vorm en lange duur van de bloei. De bloeischede is voorzien van een prachtige streeptekening op een donkerpaarse tot fluweelzwarte ondergrond. Uit de ‘bek’ hangt een lange ‘staart’: de spadix. Een betrouwbare soort welke zich al in april laat zien en een maandje later in bloei gaat.


Dracunculus vulgaris : De Draketonglelie
Een bijna onaardse plant, is kort samengevat de Draketonglelie; 1.50 tot 2 meter hoog, zeer vroeg uitlopend met prachtig gespikkelde scheuten, grote gedeelde, wit gestippelde bladeren en als klap op de vuurpijl een reusachtige fluweelrode bloem als, inderdaad, de tong van een draak… De zwarte spadex verspreidt een weëige lucht waar vliegen en kevers op af komen voor de bevruchting. Deze bestuiving levert uiteindelijk een grote samengestelde vrucht op welke eind van de zomer getooid is met talrijke feloranje vruchtjes. In de winter gaat dit kleine monster in rust. Deze winterharde Dracunculus groeit het beste op een zonnige standplaats op droge grond. Op klei of veen is het zaak deze plant tegen een gevel te planten of op een zandig heuveltje zodat de knollen droog blijven in de winter (oorsprongsgebied eilanden zuid europa)
Dracunculus vulgaris bloeiwijze vergroting Dracunculus vulgaris detail bloeiwijze Vergroting Dracunculus vulgaris vrucht in september Vergroting Dracunculus vulgaris bloeiwijze met zwarte spadix Vergroting
Twee bloemen van Dracunculus vulgaris naderbij bekeken

Colocasia - Olifantsoren
Colocasia of 'elephant ears' zijn spectaculaire bladplanten welke nog nauwelijks bekend zijn in Noord Europa. Colocasia wordt vaak verward met de veel minder koude bestendige Alocasia's. In de V.S. is al meer ervaring opgedaan met Colocasia waaruit een aantal bruikbare soorten en varieteiten zijn geselecteerd welke grote potentie hebben voor buitentoepassingen bij ons. Meer informatie over ervaringen in de V.S. is te vinden bij onze collega's van Plant Delight Nursery, Raleigh, USA
. Bij de aanschaf van een Colocasia is het belangrijk er zeker van te zijn dat de planten niet uit weefselkweek (in-vitro) afkomstig zijn omdat deze planten door het gebrek aan een houtige knol de winter niet overleven. Ambachtelijk vermeerderde planten verdienen daarom de voorkeur.

Colocasia esculenta Ecotype 1

Dit is een van de vele groenbladige vormen van Colocasia welke veel in warm-gematigde en subtropische streken geteeld wordt als voedselgewas. Hier kweken wij hem voor het betoverend mooie blad met de blauw-groene waslaag. Er zijn veel verschillen in bladgroote, wel of geen rode stip of zichtbare bladnerven op de bovenzijde van het blad. De meeste soorten komen in ons klimaat tot bloei in de nazomer (september/oktober) met roomwitte, gele of geelgroene aronskelken. De bloemen verspreiden een zachte zoete geur maar zijn meestal verscholen onder het blad. Om ze in de tuin 's winters buiten over te houden doen veel verhalen de ronde. In de VS zijn verschillende waarnemingen gedaan waarbij overjarige planten de 0 Farenheitgrens hebben overleefd (= -18 graden Celcius). Onze ervaring is dat deze planten in de zomer graag vochtig tot nat mogen staan op een zonnige locatie met regelmatig voeding, maar in de winter lijken ze het beste te overwinteren op een relatief droge plek (goede drainage). De ondergrondse houtige rhizoom of knol overleeft de winterperiode onder een luchtig strooisel-dek en begint eind mei / begin juni weer tot leven te komen. Als u twijfelt over een te natte standplaats in de winter kunt u de planten eventueel oprooien en bij de gladiolen in een vorstvrije schuur bewaren.

Colocasia esculenta Black Magic

Deze sublieme vorm van esculenta heeft donkerpaarse bladeren en bladsteel. Volgens velen een van de mooiste vormen. Het donkere blad absorbeerd het omgevingslicht waardoor een krachig diepte-effect in een beplanting wordt verkregen. Onze planten zijn ambachtelijk vermeerderd en overjarig. Colocasia is meestal beschikbaar na mei.

Colocasia multiflora Black Marble

Dit is een uitzonderlijke vorm waarbij een kleurmutatie is opgetreden tussen groen, paars en zwart. Opvallend zijn de zwart-paars gevlekte bladeren op een donkergroene ondergrond, gedragen door bladstelen met een onregelmatige roodzwarte streeptekening. Voorlopig nog een zeldzaamheid met beperkte verkrijgbaarheid.

Colocasia antiquorum Illustris

De Colocasia antiquorum Illustris is een Colocasia met een geheel eigen karakter. De jonge bladeren kenmerken zich door de fluwelen metaalglans op een donkerpaarse achtergrond. In tegenstelling tot C. Black Magic zijn de nerven van de Illustris groen van kleur welk een zeer fraai contrast geeft met het verder donkere blad. Deze colocasia maakt makkelijk uitlopers op korte afstand van de moederplant. De bloeiwijze verschijnt alleen na een warme zomer in de maand oktober. De zwavelgele kelken zitten dan verstopt tussen het blad. Gedurende het groeiseizoen worden de nieuwe bladeren steeds een stukje groter ten opzichte van de oudere bladeren. Dit gaat door tot de vorst.

Colocasia fontanesii Black Stem (syn. Burgundy Stem)

Dit lijkt de meest groeikrachtige en grootste soort te zijn voor ons klimaat. Deze plant haalt in een groeiseizoen makkelijk een hoogte van 160 - 200+ cm, waarbij de nieuwe bladeren steeds groter worden. Opvallende kenmerken bij deze vorm zijn de golvende blauwgroen berijpte bladeren en de constrasterende donkerrode bladsteel. Ook deze soort komt soms tot bloei, maar alleen na een warme zomer.


Colocasia gigantea: Reuzeolifantsoor
Dit is het grote broertje van C. esculenta; in groeivorm vergelijkbaar, maar in alle delen groter. Ook deze plant vraagt tijdens het groeiseizoen veel voeding en water om zich goed te ontwikkelen. Met winterdek zijn deze planten buiten over te houden.
De hergroei komt dan wel wat later op gang (mei-juni), maar tijdens de zomermaanden versnelt de groei zodat in september / oktober de plant toch behoorlijke afmetingen krijgt.
Alleen verkrijgbaar op bestelling

Helicodiceros muscivorus (Dead horse Arum) voorlopig niet in kweek/verkoop
Nog een bizar lid uit de aronskelkfamilie, deze Helicodiceros wordt door Boswles beschreven als de soort plant welke Beëlzebub zou plukken voor het boeket van zijn schoonmoeder; een mix van groen, paars en roze vormen de hoofdkleuren. De binnenkant van de kelk is bij deze soort behaard en zelfs de spadix is harig. Oude planten maken kelken van 35 cm lang en bijna even breed. Van oorsprong komt Helicodiceros voor op slechts enkele eilanden in Zuid Europa (Corsica, Sardinië en Balearen) alwaar deze plant te vinden is op rotsachtige hellingen in open terrein. Naar de tuinsituatie vertaald betekent dit een redelijk droge standplaats in de volle zon of halfschaduw, bijvoorbeeld langs de gevel of in een verhoogd plantbed (rotstuin). Het is een van de vroegst uitlopende planten in het voorjaar (soms al eind februari) waarbij het blad late nachtvorsten redelijk tot goed doorstaat. Bij temperaturen rond de +10 graden gaat de groei verder. Het duurt meestal 2 tot 3 jaar voordat de plant gaat bloeien. Tot nu toe is deze plant voldoende winterhard gebleken bij aanplant op 25 cm diepte sinds 2001.

Helicodiceros muscivorus bloeiwijze doorsnede bloeiwijze Helicodiceros muscivorus Detail bloeikelk Helicodiceros muscivorus

 

Sauromatum venosum (syn. S. guttatum): Voodoolelie
De ‘gewone voodoolelie’ maakt voor het blad uit eerst een bloem (als de plant oud genoeg is). Dit is niet zomaar een bloem, maar een bizarre verschijning uit een sprookjesbos. De ‘gewone’ voodoolelie komt van oorsprong uit de drogere delen van de Himalaya. Dat verklaart ook waarom deze plant zelfs zonder substraat tot bloei kan komen. Op het moment dat het blad gaat ontwikkelen wordt een wortelkrans gevormd. In het boek van Deni Brown als ‘weed of Satan’ beschreven.
De bloem ontwikkeld zich eerst als een grijze hoorn. Na ca negen dagen opent zich de kolf welke binnenin afgetekend is als een pantervel met zwarte vlekken tegen een fluweel purperen achtergrond. De spadix is matzwart met clusters van cremegele mannelijke bloemen aan de onderzijde. De bloeiwijze produceert zelf warmte (5-10 graden boven de omgevingstemperatuur) en verspreidt gedurende de tweede dag rond het middaguur een sterke weeë lucht waar vooral vliegen op af komen. Het volwassen blad van deze soort ontwikkeld zich enige tijd na de bloei met een hoogte bladsteel van 60 cm en een diameter van 30 cm.

Sauromatum is een droogbloeier, dwz dat de bloeiwijze kan ontwikkelen op de knol zonder dat deze in de grond zit. Na de bloeiwijze moet de knol wel geplant worden omdat dan wortelkransen en bladeren ontwikkelen Detail van de bloeiwijze van Sauromatum venosum. let op de fraai gevlekte kelk en de bestuiving door vliegen op de spadix Na de bloei van Sauromatum venosum ontwikkelen de fraai ingesneden bladeren op lange bladstelen

Typhonium nubicum: de Reuze Voodoolelie
We zijn trots deze nieuwe bladplant te kunnen introduceren welke onder de noemer 'architectural plants' past. Per toeval hebben we deze soort verkregen met een import onder de naam 'Typhonium giganteum', waarmee vaak Arisaema fargesii bedoeld wordt. Dit bleek echter een geheel andere, onbekende plant te zijn. Volgens onze informatie is deze soort afkomstig uit de koele berggebieden in de Himalaya. Deze soort blijkt in ieder geval prima winterhard sinds 1998 op een niet te natte standplaats in de winter. De Reuzevoodoolelie maakt na de bizarre bloeiwijze reusachtige bladeren op een blauwgroen met zwart gevlekte bladsteel,. met het formaat van een terrastafeltje.. Het is een van de meest spectaculaire bladplanten op de kwekerij. Deze plant maakt enorme knollen welke een omvang van circa 20 cm bereiken na drie jaar en een gewicht van 3 - 5 kilo!! Deze soort is nog vrij schaars en daarom slechts in kleine aantallen verkrijgbaar. Planten op een zonnige tot gedeeltelijke schaduw plek. Na succesvolle bestuiving ontwikkeld zich een grote, paarszwarte samengestelde vrucht welke in het late najaar, na uitrijping, uiteenvalt in tientallen zwarte vruchtjes. In onze proeftuin ontwikkelen zich spontaan nieuwe plantjes uit dit zaad. De zaailingen werken zich de grond in en vormen daar nieuwe knollen. Op natte klei treedt soms rotting op in de winter. Op droge, zandige grond, komen de knollen buiten al negen jaar goed de winter door en vormen zich langzaam grotere clusters. Prachtig als tussenbeplanting bij bamboes en bananen of als solitair voor een schitterend bladeffect.
Knol van Sauromatum nubicum op de weegschaal detail bloeiwijze Sauromatum nubicum groep bloeiende Sauromatum nubicum planten op de kwekerij


Zantedeschia aethiopica Crowborough : witte aronskelk; Calla's
De witte aronskelk uit Zuid Afrika (Lesotho). De selectie Crowborough is beter winterhard. Dit ras staat bij ons reeds 15 jaar in de volle grond. Belangrijk bij elke Zantedeschia is dat de plant diep wordt aangeplant op een vochthoudende bodem! Alleen dan ontwikkelt Zantedeschia zich optimaal tot planten met loof van 1 meter hoog en bloeistengels tot 1.30 m met grote witte kelken. Regelmatig mest en water doet de rest. In de winter krijgt Zantedeschia een mulchlaag met strooisel en soms (ruwe) mest.
Alle andere Zantedeschia’s met zwarte, rode en gele bloemen zijn veel gevoeliger en het is ons nooit gelukt deze buiten de winter over te halen.
Zantedeschia aethiopica Crowborough detal bloeiwijze Zantedeschia aethiopica Crowborough, zich openende bloeiwijze Zantedeschia aethiopica binnenkant bloeiwijze

Zantedeschia aethiopica Green Goddes

De vorm Green Goddes heeft naar groen verlopende bloemen en wordt groter dan Crowborough.

Zantedeschia aethiopica Colombe de Paix

Een uitzonderlijk stevige vorm van Z. aethiopica welke uitblinkt in bloemgrootte. Deze plant haalt makkelijk een groeihoogte van 1.50+ m en levert een groot deel van de zomer forse witte kelken. Voor een optimale groei is een rijke, diep doorwortelbare humusrijke bodem nodig in de volle zon tot half schaduw.

Zantedeschia aethiopica 'big form'

Een andere grote vorm van Z. aethiopica verkregen uit import via Spanje. Deze vorm heeft diep donkergroen blad en lijkt wat later tot bloei te komen in vergelijking met de andere vormen. De bloei gaat bij deze vorm tot laat in het najaar door. Deze vorm is slechts beperkt verkrijgbaar.