Amorphophallus
rivieri Konjac (Duivelstong)
Nog een bijzondere loot uit de aronskelkfamilie: een Amorphophallus
uit Japan. Het kleine broertje van de grootste bloem ter wereld
(Amorphophallus tutanum). Deze ongewone plant maakt een groot
ingesneden blad met een 70 cm hoge, groen-zwartgevlekte bladsteel.
Als de plant oud genoeg is produceerd hij een fascinerende
bloeiwijze van ca. 15 cm, gelijkend een grote vaas van paars
vinyl met een paarse spadix. Na de bloei rust de plant meestal
een paar weken totdat in Juni het blad verschijnt. De moederplant
maakt scheuten zodat op den duur een cluster ontstaat. Oude
planten maken knollen met een doorsnede tot 30 cm en een gewicht
tot 10 kg. Amorphophallus rivieri Konjac is een belangrijk
gewas in Japan. Traditioneel worden er noodles van gemaakt,
maar tegenwoordig wordt deze soort verbouwd ten behoeve van
de farmaceutische industrie voor het winnen van een ongewone
carbonhydrataat (mannose) voor het vervaardigen van gels.
Cobralelies Arisaema
De Cobralelies vormen een klasse apart. Onder de cobralelies
vindt men de meest uiteenlopende blad- en bloeivormen. Al
zijn ze vooral geschikt voor de gevorderde liefhebber, veel
mensen kunnen de schoonheid van de bijzondere bloemen en
prachtig gevormde bladeren niet weerstaan. Op de kwekerij
zijn elk jaar (meestal bloeiende) planten van een tiental
soorten verkrijgbaar. Cobralelies groeien bij voorkeur op
een locatie met veel humus, in de halfschaduw en wat meer
vocht op een zonnige plek. De aanplantdiepte is 20 tot 30
cm. Op de lange duur vormen zich clusters van waaruit elk
jaar steeds meer bloemen en bladeren ontwikkelen. Volwassen
clusters Arisaema zijn bijzonder indrukwekkend. Het zijn
planten welke rust en tijd nodig hebben om zich goed te
ontwikkelen. Een natte plek in de winter wordt sterk afgeraden
vanwege de kans op rotting. Het beste plant met een Arisaema
op een bedje van grof rivierzand, zodat de directe omgeving
van de knol goed afwatert. Er staan er nog enkele tientallen
op de proeftuinlijst, zodat het aanbod nog zal groeien de
komende tijd. De planten kweken wij op in grote potten zodat
de knol zich optimaal kan ontwikkelen. Ter versterking van
het skeletvan de bol wordt in het voorjaar een
kalkpreparaat toegevoegd. We planten ze uit in grote ingegraven
cementkuipen tussen volwassen bamboebossages om ingroei
van bamboewortels te voorkomen.
Nieuwe soorten in het seizoen 2006/7 zijn: A. concinnum, A. dracontium, A. galeatum, A. griffithii Pradhanii, A. nepenthoides, A. utile
Arisaema candidissimum
(Japanse cobralelie)
Een buitenbeentje binnen de Cobralelies, de bloem is zuiver
wit met rose strepen in de keel. De buitenzijde is lichtgroen.
De gladde stengels hebben een tekening als van een slangenhuid.
Het groot parasolvorming drietallig blad in de zomer is
ook zeer de moeite waard. Herkomstgebied is China.

Arisaema
ciliatum (Chinese cobralelie)
Deze soort vermeerderd zich door korte uitlopertjes. Het 50
-90 cm hoge blad is elegant parapluvormig. De bloeiwijze staat
hoog op de stengel en is paars van kleur. Door de groeihoogte,
bladvorm en bloeikleur een opvallende verschijning in de tuin.
Groeit het beste in de halfschaduw. Oorsprongsgebied ligt
in West China in loofbossen op een hoogte van 2500 tot 3300
m.
Arisaema
costatum (Tibetaanse cobralelie)
Onder de Arisaema’s is dit een unieke soort vanwege
de duidelijk zichtbare transversaal lopende bladnerven aan
de onderzijde van het blad. Deze ‘whiplash’arisaema
bereikt een hoogte tot 60 cm en heeft drieledige bladeren
met rode middennerven. Zeer fraai is ook de bladsteel welke
vaak paarsrood getint is. De bloeiwijze bevindt zich onder
het blad en is 15 tot 30 cm lang, groen tot paars van kleur
met witte of creme lengtestrepen over de ‘hoed’.
De spadix heeft een zeer lange (tot 50 cm) kronkelend draadachtige
uitloop met een opvallende paarsrode kleur. De vrucht is ca
10 cm lang en 5 cm in doorsnede en bezet met talloze naar
roodverkleurende vruchten)
Arisaema
fargesii (Chinese cobralelie)
Een van de mooiste Arisaema’s welke soms onder de foutieve
naam Typhonium giganteum wordt aangeboden. Deze zeldzame soort
vormt een opvallende verschijning door de forse maat van het
loof en de snelle vorming van een cluster. De bloeiwijze ontwikkeld
direct na het ontvouwen van het blad met een sterk gebogen
kelk voorzien van een prachtige wit-paarse bandering. Komt
van oorsprong uit West China (Sichuan, Gansu, Hubei) en groeit
daar op open zonnige locaties tussen rosten en struiken op
een hoogte van 900 – 1600 meter.

Arisaema
griffithii (Nepal cobralelie)
De Arisaema griffithii is een van de vreemdste en meest spectaculaire
Arisaema’s. De reptiel-achtige bloeiwijze is opvallend
in combinatie met de lange spadix-sliert. .Een fors uitgroeiende
soort waarvan de knollen een omvang tot 11 cm bereiken. Oorsprongsgebied
is de oostelijke Himalaya. De bloeiwijze verschijnt in mei-juni
onder het blad. Het natuurlijk habitat van deze soort bestaat
uit Rhododondron bossen, open struikvegetaties en alpine graslanden
tussen 2400 en 3900 m (Nepal, Sikkim, Bhutan, Darjeeling).
Arisaema
ringens (Japanse cobralelie)
Een sterke soort met drieledige bladeren, ofschoon afkomstig
uit de kustgebieden van Zuid Japan. Een prachtige bloeiwijze
onder het blad. Komt verder voor in oost China en Zuid Korea.
De volwassen plant groeit op tot meer dan 1 meter met daaronder
de sterk gebogen bloeiwijze, paars-groen met witte strepen
of stippels. Prima plant voor een plek in de zon of halfschaduw
waar zij lang met rust gelaten wordt om deze forse afmetingen
te krijgen. Elke goed gedraineerde tuingrond is bruikbaar.
Arisaema
sikokianum (Japanse cobralelie)
Een Japanse soort met een uitgesproken elegant blad. De bloem
is donkerbruin/paars met groene strepen en een witte keel.
Opvallend is de witte bloeiknots in de kelk. Deze zeldzaamheid
is een van de meest gewaardeerde Arisaema’s. De plant
groeit uiteindelijk op tot 50 cm.

Arisaema speciosum
(Cobralelie)
Deze cobralelie wordt al snel vrij fors. Opvallend
is de rode rand lang het grote blad.
Arisaema
tortuosum (Cobralelie)
Een Arisamena uit de Himalaya. Dit is de grootste van allemaal.
Onder optimale omstandigheden wordt deze plant 150 - 200 cm
hoog! Arisaema tortuosum heeft een groen schutblad met een
paarse spadix. Het is aan te bevelen de knollen van deze plant
diep aan te planten, vanwege de stevigheid van de scheuten
(bij harde wind) en als vorstbescherming. Het spreekt voor
zich dat de bodem goed afwatert. Het is een typische bosplant
en hij prefereert daarom ook een beschutte groeiplaats in
de halfschaduw, bijvoorbeeld in de nabijheid van groenblijvende
heesters. De bloeiperiode valt van april tot juli en de zaadkolf
is in september uitgerijpt. Onze planten zijn op een hoogte
tussen 2000 en 3500 meter verzameld waardoor de winterhardheid
beter is dan exemplaren van lager gelegen leefgebieden.
Arisaema
triphyllum (Amerikaanse cobralelie)
Dit is de enige soort uit Noord Amerika. De Nederlandse naam
is Jan op de Preekstoel. Groeit uit tot prachtige clusters,
in het voorjaar getooid met bloemkelken, witte binnenzijde
met purperbruine aders. Dit is een goede ‘startersplant’
voor de beginnende liefhebber.
Arisaema
urashima (A. thunbergii f. urashima) (Japanse Cobralelie)
Nog een sterke, prachtige Arisaema uit Japan (Hokkaido, Honshu,
Shikoku). Deze soort groeit tot 60 cm op en vormt langzaam
een cluster. Op een gunstige locatie zijn ook vaak zaailingen
in de buurt te vinden. Een soort met prachtige ingesneden
bladeren (11 – 15 bladleden). De bloeiwijze onderscheidt
zich van andere soorten door de kleur, vorm en lange duur
van de bloei. De bloeischede is voorzien van een prachtige
streeptekening op een donkerpaarse tot fluweelzwarte ondergrond.
Uit de ‘bek’ hangt een lange ‘staart’:
de spadix. Een betrouwbare soort welke zich al in april laat
zien en een maandje later in bloei gaat.

Dracunculus
vulgaris : De Draketonglelie
Een bijna onaardse plant, is kort samengevat de Draketonglelie;
1.50 tot 2 meter hoog, zeer vroeg uitlopend met prachtig gespikkelde
scheuten, grote gedeelde, wit gestippelde bladeren en als
klap op de vuurpijl een reusachtige fluweelrode bloem als,
inderdaad, de tong van een draak… De zwarte spadex
verspreidt een weëige lucht waar vliegen en kevers op
af komen voor de bevruchting. Deze bestuiving levert uiteindelijk
een grote samengestelde vrucht op welke eind van de zomer
getooid is met talrijke feloranje vruchtjes. In de winter
gaat dit kleine monster in rust. Deze winterharde Dracunculus
groeit het beste op een zonnige standplaats op droge grond.
Op klei of veen is het zaak deze plant tegen een gevel te
planten of op een zandig heuveltje zodat de knollen droog
blijven in de winter (oorsprongsgebied eilanden zuid europa)