Valt een deel van het beeld buiten uw scherm?
uw beeldscherm minimaal instellen op 1024x768!
 
G E M B E R S , B A N A A N, C A N N A
     
         

meer lezen? klik op onderstaand artikel

 

Bananen, gembers en canna's worden al snel geassocieerd met de vochtige tropen. Toch zijn er binnen deze plantengroepen een aantal bruikbare, koudebestendige soorten die in noordeuropeese tuinen bruikbaar zijn.

Musa basjoo, banaan voor buiten

We associëren bananen met warme, tropische oorden, maar voor ons is het interessant om te weten dat er ook enkele botanische bananensoorten voorkomen in de gematigde streken van Japan, China, Himalaya en Tibet. De soorten uit deze koele streken zijn, met enige maatregelen in de winter, in ons klimaat buiten in de volle grond te kweken.

Musa basjoo – Japanse Vezelbanaan
De Japanse Vezelbanaan is de meest betrouwbare soort en beste keus. Onder optimale omstandigheden kan het een enorme plant worden. Op de kwekerij staan twee exemplaren welke in 1993 buiten zijn uitgeplant. Deze planten zijn intussen uitgegroeid tot ware bosschages waarbij elk jaar wel enkele stammen tot bloei komen en vervolgens vruchten ontwikkelen. Ze slaan veel energie op in de tot 20 cm dikke rhizomen van waaruit afgesneden planten in het voorjaar razendsnel teruggroeien tot grote hoogte. Bij temperaturen van rond de 20 graden maakt deze soort 1 blad per week en schuift de stam 10 tot 20 cm in hoogte op! Het grootste exemplaar groeit jaarlijks tot 5 a 6 meter hoogte op. Voor deze krachttoer is veel energie en water nodig die dan ook in de vorm van periodieke bemesting en beregening toegediend moet worden. Deze botanische bananensoort levert weliswaar geen eetbare vruchten en schijnt vroeger in de landbouw als vezelgewas geteeld te zijn voor de oogst van de vezels in de bladstelen.


Een banaan is te beschouwen als een reusachtige vaste plant. Musa basjoo heeft geen bovengrondse houtige delen. De schijnstammen zijn niets anders dan een dicht op elkaar gepakte bundel bladstelen. Elke schijnstam heeft een tijdklok en produceert na een bepaald aantal bladeren (ca. 25 a 30) de bloeiwijze. Na de bloei sterft de betreffende schijnstam af en wordt de groei overgenomen door een aantal nieuwe nevenstaande scheuten. De beste manier om deze plant in Nederland te kweken is door de wortelstok (dus de hele plant) op voldoende diepte aan te planten. Dat wil zeggen dat de rhizoom best 30 cm onder de grond mag zitten (maar altijd boven grondwaterpeil). In de tropen worden bananen altijd diep aangeplant om omwaaien te voorkomen. Een bijkomend voordeel in onze contreien is dat de vorstbestendigheid verbeterd wordt; zelden dringt strenge vorst zo diep in de grond. Tenslotte is diep planten raadzaam omdat oude pollen zich omhoog drukken waardoor ze na een jaar of 10 op een eigen terpje staan wat nadelig is in de winter met grondvorst. De bloeiwijze is een show op zich.

Met enig geluk begint de bloei in het voorjaar en kan men tot de volgende winter van de doorgaande bloei genieten. Vaak vormen zich kleine bananentrossen welke overigens niet eetbaar zijn, want het is een botanische banaan (vergelijk met wilde appel of peer). In onze tuin staan elk jaar wel enkele planten in bloei.


Op de kwekerij zijn altijd meerdere maten van deze soort verkrijgbaar: kleine potplanten, grote potplanten en volwassen pollen met stammen van 1.5 - 3 meter hoog uit de volle grond! Alle planten zijn ambachtelijk vermeerderd door deling van de moederrhizoom. We hebben dus niet het probleem met de zwakke weefselkweekplanten die nog wel eens in de handel opduiken.

Musa basjoo, japanse vezelbanaan habitus Japanse vezelbanaan, Musa basjoo, bloeiwijze en blad zijaanzicht van de bloei°wijze met kransen nieuwgevormde bananen en duidelijk zichtbaar de buisbloemen Het resultaat in het najaar, een rjipende bananenkrans bij Musa basjoo, de Japanse Vezelbanaan

 

Gemberachtigen

Iedereen kent de wortelstok van de tropische gemberplant als kruid in de keuken. Maar binnen de gemberfamilie zijn er nog tal van soorten, afkomstig uit koele klimaatgebieden, welke bij ons buiten toe te passen zijn en bovenal een hoge sierwaarde hebben. Siergember is een prima alternatief voor de ziektegevoelige en nauwelijks vorstbestendige Canna's. Bovendien geuren veel gembers heerlijk i.t.t. Canna. We kweken ca. 40 soorten en varieteiten van 15 - 250 cm.

Roscoea (Tibetgember of orchideegember)
Roscoea’s zijn de kleinste gembersoorten (15 – 80 cm). De bloem van deze overblijvende knolgewassen uit de gemberfamilie heeft iets weg van irissen en orchideeën. De bloem bestaat uit helmvormige bovenste kroobladeren, een onderlip met brede slippen en twee smalle kroonbladen. De lancetvormige bladeren groeien rechtop. Roscoea’s lenen zich voor toepassing in groepen, in combinatie met andere gembers, siergrassen, ophiopogon en bodembedekkers. Roscoea’s zijn over het algemeen goed winterhard. Tijdens strenge vorst in combinatie met een uitdrogende schrale wind is een licht winterdek met bladeren aan te bevelen. Roscoea’s kunnen jarenlang op een vaste plek blijven staan. Roscoea prefereert een groeiplek in de halfschaduw tot zon op vruchtbare, humusrijke grond welke ‘s zomers vochtig is en ‘s winters voldoende doorlatend zodat de wortels niet te nat staan. De naam Roscoea is afgeleid van de bankier William Roscoe die in 1802 de botanische tuin van Liverpool oprichtte. Let op dat Roscoea’s altijd pas laat boven de grond komen in het voorjaar. Een merkstok of label is dan geen luxe voor actieve tuiniers.

Roscoea auriculata
Deze Roscoea heeft zacht purperen tot paarse bloemen en bloeit in de periode juni – juli. R. auriculata wordt 35 tot 45 cm hoog. Vormt een forse pol van uiteindelijk ruim 40 cm hoog. Winterhard. Komt uit de Himalaya (Tibet, Nepal) en groeit het liefst op een humusrijke bodem in de zon tot halfschaduw. De bloeiperiode valt in juli - augustus. Het blad is donkergroen van kleur. Roscoea auriculata White Cap is een selectie met een paars/witte bloem.

Roscoea auriculata 250 pxcopyright www.PerkGroen

 

Roscoea var. Beesiana
De borm Beesiana is waarschijnlijk een hybride tussen twee soorten. Het is een wat vollere plant welke eind juni – begin juli gaat bloeien. Het fraaie van deze soort is dat de bloemen vaak tweekleurig zijn: cremegeel met paarse strepen op de bloemblaadjes. De hoogte van deze soort is 30-40 cm, maar op hogere leeftijd groeit deze plant tot ruim 50 cm op.

Roscoea Beesiana, Tibetaanse gemberorchidee

 

Roscoea brandisii Purple Giant

Deze forse soort heeft de meest donkerpaarse bloemen op stevige bladstelen. Het is een van de grootste soorten Tibetgembers. Deze plant groeit na enkele jaren uit tot 60 a 70 cm met dikke donkergroene stelen, mooie lange smalle bladeren en zeer fraaie donkerpaarse bloemen in augustus – september. Een standplaats in de zon tot halfschaduw wordt geprefereerd, evenals een humusrijke doorlatende grond.

Roscoea brandisii purple giant copyright www.PerkGroen.nl

 

Roscoea cautleoides
Deze soort bloeit in de zomer met helder gele bloemen, en wordt circa 25 cm hoog. Het glanzend, lancetvormig blad groeit rechtop en is aan de basis vergroeid tot een holle schijnstengel. Oudere planten kunnen al vanaf eind mei in bloei komen. De plant heeft dan een hoogte van 40 – 50 cm. Een tweede bloei uit nieuw scheuten is in september – oktober mogelijk.

Roscoea cautleoides, geel bloeiende gemberorchidee

 

Roscoea cautleoides Jeffrey Thomas
De selectie Jeffrey Thomas heeft bloemen met een lichte, frisse citroenkleur. In vorm, groei en hoogte vergelijkbaar met R. cautleoides.

 

Roscoea purpurea
Volgens veel bezoekers aan onze tuin is Roscoea purpurea een van de mooiste soortgroepen. Binnen purpurea zijn diverse selecties met ieder hun eigen kenmerken. Zoo heeft R. Dalai Lama en Peacock Eye een purperen tot wijnrode dikke stengel (bladsteel), spitse groene bladeren en paarse bloemen met een lange kroonbuis. Peacok Eye wordt duidelijk groter dan Dalai Lama. De vorm Brown Peacock is heel bijzonder vanwege de bruinrode bladeren die in de loop van de zomer naar donkergroen verkleuren, de onderzijde blijft rood. De bloeiperiode bij jonge planten is medio augustus - september. Naarmate de planten ouder worden treedt de bloei eerder in.

Roscoea purpurea Dalai Lama

Roscoea purpurea Dalai Lama copyright www.PerkGroen.nl

 

Roscoea purpurea Brown Peacock

Roscoea purpurea Brown Peacock 250 pxcopyright www.PerkGroen

 

Roscoea purpurea Peacock

Roscoea peacock herfstverkleuring copyright www.PerkGroen.nl

 

Roscoea purpurea Peacock Eye

Roscoea purpurea Peacock 250 px copyright www.PerkGroen

 

Roscoea purpurea Vincent

Roscoea purpurea Vincent 250px copyright www.PerkGroen

 

Thalia dealbata (hardy canna, alligator flag)

Een bijzonder buitenbeentje binnen de gemberachtigen (Marantaceae) is Thalia dealbata. Thalia komt van nature voor in het zuidoosten van de Verenigde Staten. Deze vochtminnende plant kan onder gunstige omstandigheden, inclusief bloeiwijze 2 meter hoog worden. De brede lancetvormige bladeren met een oranjerode bladrand zijn ongeveer 40 cm op lange, dunne bladstelen. In de volle zon krijgen de planten een prachtige blauwwitte waas, de onderkant van de bladeren is witbepoederd. Het blad lijkt op de bekende paradijsvogelplant (Strelizia reginae). De blauwpaarse bloempjes staan op lange stelen en komen ver boven de bladeren uit. We hebben waargenomen dat een deel van de bloemen van Thalia vleesetend zijn en een deel bestoven wordt en vrucht vormt. Dit is waarschijnlijk een aanpassing aan de mineraalarme groeiomstandigheden in het natuurlijk verspreidingsgebied. Thalia heeft voor een optimale groei veel voedsel en water nodig. Thalia is in staat onder zuurstofloze omstandigheden te groeien waardoor deze plant zelfs als oeverplant toegepast kan worden. We kweken deze plant nu 15 jaar buiten en de winterhardheid is tot nog toe goed gebleken bij een winterdek met blad of stro. Het is een stevige, stylistische plant welke meer toepassing verdient.

Thalia dealbata habitus in de herfst november 2004 250px px copyright www.PerkGroen.nl

 

Hedychium (himalaya gembers)
Net als bijvoorbeeld Hibiscus wordt het geslacht Hedychium met de tropen geassocieerd vanwege het weelderige loof, de opvallende bloemen en de zware, zoete geur. Toch groeien veel van deze soorten op vrij grote hoogte in de bergen van zuidelijk Azie. Een aanwijzing dat ze weinig problemen hebben met wat koeler weer. Enkele recent geïntroduceerde soorten zijn zelfs zo winterhard dat ze de meeste winters bij ons goed door komen. Het zijn vaste planten met dikke rhizomen welke pollen van 1 tot ruim 2 meter hoog vormen. Ze prefereren humusrijke, vochtige, maar goed doorlatende grond op een plaats in de volle zon, eventueel lichte schaduw. Als de oude bloeistengels na de bloei weggehaald worden wordt de plant geprikkeld tot een krachtige groei. De bloei ligt, afhankelijk van de soort, tussen juli en november.

 

Hedychium aurantiacum

(synoniemen: H. coccineum var. aurantiacum of H. kewense)
Een nog vrij onbekende soort met fraaie scharlakenrode bloeiwijzen. Groeihoogte 1 – 1.50 meter. Opvallend is het relatief smalle blad met een rode bladvoetaanzet aan de steel.

Hedychium aurantiacum copyright www.PerkGroen.nl

 

Hedychium coccineum (oranje-rood)
Deze uit de Himalayagember vormt een forse pol met breed uitstaande stengels, voorzien van smalle bladeren. Zijn spectaculaire, verticale bloemaren kunnen wel 25 cm lang worden. De bloemkleur varieert van licht koraalrood tot felrood terwijl de verlengde meeldraden altijd roze zijn. Onze planten bloeien oranje-rood. Nog niet duidelijk is welke variëteit het is.

Hedychium coccineum copyright www.PerkGroen.nl

 

Hedychium (coccineum x gardnerianum) Tara

Dit is een betrouwbaar winterharde kruising met o.m. eigenschappen van gardnerianum en coccineum.

 

Hedychium coronarium (white butterlfy ginger)
In de Verenigde Staten wordt deze soort tot de groep van Butterly Gingers gerekend, vanwege de vorm van de bloemen welke doet denken aan kleine vlinders.
Volgens sommigen zou dit bij nader inzien niet H. coronarium zijn, maar een andere vlindergember vanwege de vermeende opvolging van bloemen na elkaar. De echte H. coronarium (kroon) zou zijn bloemen tegelijkertijd openen. We moeten dit nader bestuderen. Mogelijk is het de soort H. ellipticum, maar er bestaan ook kruisingen tussen H. coronarium en H. ellipticum…

We hebben ook een grote uitvoering onder de naam Hedychium coronarium Maximum (niet te verwarren met H. maximum). Deze vorm heeft duidelijk grotere bloemen, maar bloeit bij buitenteelt ook later (soms te laat voor de eerste vorst)

Hedychium coronarium Butterfly Ginger copyright www.PerkGroen.nl

 

Hedychium Dixter (syn. Devon Cream)

Hedychium dixter (devon cream) copyright www.PerkGroen.nl

 

Hedychium densiflorum
Dit is een van de kleinste Hedychiums. Hedychium densiflorum ontwikkeld snel een dichte pol van hoge, smal bebladerde stengels welke in de nazomer worden bekroond door oranje bloemen. Geurt ook heerlijk en geeft evenals de andere gembers een bijzonder exotische tint aan de tuin.

 

Hechium densiflorum Assam Orange

De vorm Assam Orange is groter dan de botanische densiflorum. Bovendien is de bloeiwijze feller van kleur en is de bloei rijker. Over het algemeen bloeit deze soort ook later in het seizoen (augustus september). Betrouwbaar winterhard.

 

Hedychium densiflorum Stephen

Stephen is een nog grotere vorm van densiflorum met een uitbundige bloei. De samengestelde bloeikolven zijn warmgeel van kleur.

 

Hedychium Dr. Moy

Een bontbladige Hedychium uit de V.S. Mogelijkheden voor ons klimaat worden nog onderzocht.

 

Hedychium ‘Elizabeth’
Een hybride-gember met uitstekende eigenschappen. Ook weer een type uit de butterfly-gemberreeks. Deze soort heeft rozerode bloemen met licht golvende bloembladranden. Op een gunstige groeiplaats kan Elizabeth opgroeien tot 1.80 meter. Heeft een warm najaar nodig en bloeit daarom bij ons meestal als laatste in het seizoen.

 

Hedychium forrestii

Een bijzonder interssante grote Hedychium voor permanente buitenteelt. Deze goed winterharde soort wordt makkelijk 2 meter hoog, bloeit midden zomer met verspreid staande witte bloemen, welke in het najaar gevolgd worden door prachtige rode vruchten. Opvallend is ook de weelderige groei, de grote bladeren en de rijke bloei. Zeer exotisch ! Nog slechts beperkt voorradig.

 

Hedychium gardnerianum Compactum
Deze geelbloemige siergember is in zijn soort een van de mooiste. Hedychium gardnerianum Compactum heeft stevige, gedrongen stengels en relatief grote, iets golvende bladeren. Deze compacte vorm groeit in een zomer op tot 80 – 100 cm en gaat dan bloemknoppen aanleggen. Meestal in augustus / september gaat deze Hedychium bloeien met grote helder gele bloemen, elk met een rood-oranje verlengde meeldraad. Nog altijd een zeer gewaardeerde bloei, zeker ook vanwege de heerlijk zoete geur. Bruikbaar als kuipplant en met de nodige zorg ook in de volle grond te kweken.

Hedychium gardnerianum copyright www.PerkGroen.nl

 

Hedychium greenii

Dit is misschien wel de mooiste Hedychium in blad- en bloemkleur.

Hedychium greenii copyright www.PerkGroen.nl

 

Hedychium spicatum
Deze gember bereikt een hoogte van 1,5 meter of hoger en vormt lange trossen met dicht op elkaar staande zacht perzikkleurige bloemen. We hebben plantemateriaal van drie verschillenden bronnen. Hedychium spicatum blijkt variabel te zijn gezien de diversiteit in groeivorm en hoogte van de verschillende klonen.

Hedychuim spicatum vrucht Copyright www.perkgroen.nl Hedychium spicatum copyright www.PerkGroen.nl

 

Hedychium villosum

Een relatief nieuwkomer voor Europa is deze Hedychium villosum. Deze fors uitgroeiende soort kenmerkt zich door opvallend dikke bladstelen waarbij de aanzet van de bladvoet een rode rand heeft. H. villosum groeit op tot een hoogte van 150 tot 200 cm waarbij de bloeiwijze aan het einde van ons groeiseizoen te verwachten is (september / oktober). Deze soort heeft nu drie winters in de volle grond gehad en komt ieder voorjaar (medio mei/ juni) weer goed terug. De bloemkleur is helder wit. Het type bloeiwijze doet vermoeden dat er verwantschap is met Hedychium coronarium.

Hedychium villosum Copyright www.PerkGroen.nl

 

Cautleya spicata Robusta
Cautleya spicata Robusta is een zeer fraaie siergember uit Japan en China is een van de hardste gemberachtigen met exotisch aandoend blad. Opvallend is ook de wijnrode bladsteel. Hoogte 70 – 100 cm, polvormend. Zoals de meeste gembers komt deze soort in het voorjaar vrij laat aan de groei. De bloeiwijze in de nazomer is absoluut mooi. De bloeikolf is scharlakenrood van kleur terwijl de bloemen zelf oranje-geel gekleurd zijn. Dit levert een prachtig kleurcontrast op. Een soort met een voorkeur voor de halfschaduw op een humeuze, voedingsrijke grond. Langzaam vormt zich dan een stevige pol. De bloeitijd is eind augustus – september – oktober.

Cautleya spicata Robusta gember2 250px copyright www.PerkGroen Cautleya spicata Robusta gember 250px copyright www.PerkGroen

 

Caultleya lutea (syn. gracillis)

Cautleye lutea copyright www.PerkGroen.nl

 

Zingiber mioga

Een zeer fraaie, exotische gember uit Japan welke alleen al voor het bladeffect zeer de moeite waard is. Wordt ca 50 – 70 cm hoog. Curieus is de bloeiwijze: deze verschijnen einde zomer vanuit de grond. De bloemknoppen worden in Japan geoogst als delicatesse. Zeer goed winterhard. Er bestaat ook een zeldzame bontbladige vorm: Dancing Crane. Deze bonte varieteit is alleen al voor het bladeffect zeer de moeite waard is. Wordt eveneens ca 50 – 70 cm hoog. Standplaats halfschaduw en een vochthoudende, humusrijke grond

Zingiber mioga Dancing Crane copyright www.PerkGroen.nl Zingiber mioga www.PerkGroen.nl

 

Nog meer gembers….
In de proeftuin staan er nog een aantal te wachten op vermeerdering; daar komen de komende jaren nog een aantal interessante soorten uit voor de verkoop

 

Canna (Indische bloemriet)

Canna Annaei (syn. Omega)

Canna Annaei Omega copyright www.PerkGroen.nl

 

Canna brasiliensis
Dit is een van de kleinste Canna's met een kleine botanische bloem (geelrood), relatief kleiene spitse bladeren en een groeihoogte van circa 1 meter. Onze vorm heeft een reeks winters in de volle grond overleeft met een afdeklaag van stro en blad. De planten bloeien niet alleen maar zetten ook vrucht en ontwikkelen kiembare zaden.

Canna musifolia

De grootste canna.

 

Canna Stuttgart
Een bontbladige Canna het langgerekte stelen en spits toelopende bladeren. Het blad van deze soort is voorzien van grote witte banen op een blauwgroene ondergrond. Canna Stuttgart is een afgeleide vorm van C. Annaei (syn. Omega). De Stuttgart groeit op tot zeker 2 meter en is in de zomer getooid met tal van fijne roze-abrikooskleurige bloemen. Tijdens zonrijke zomers kan het blad verbrandingsverschijnselen vertonen. Een groeiplaats in lichte schaduw kan dat voorkomen, al worden bladeren met brandvlekken snel bedekt met grotere, nieuwe bladeren. Deze Canna maakt relatief lange wortelstokken en kan snel een forse pol vormen. Verschillende liefhebbers in Nederland en Belgie hebben deze soort al meerdere jaren in de volle grond met een mulchlaag in de winter over het wortelstelsel. Ook bij ons blijkt dit een sterke soort te zijn. Zeer beperkt voorradig.

Een flinke bosschage Canna Stuttgart in de volle grond, bloeiend in september

 

Canna Robert Kemp
Een forse plant welke midden zomer bloeit bij een hoogte van 1.5 topt 2 meter met heldergroene bladeren. Deze plant groeit in Zuid Amerika in het wild tot op hoogten van 2000 meter. Ook deze Canna heeft al een reeks winters buiten overwinterd onder een mulchlaag.