Op deze pagina vindt u een overzicht van de 'tropical look' planten bij uitstek; de banaan- en gemberachtigen. Uit de koudste delen van het natuurlijk verspreidingsgebied komen een aantal interessante soorten die ook in ons klimaat toegepast kunnen worden, zij het soms met enige zorg. Het zijn allemaal planten die 's winters bovengronds afsterven en overwinteren op het wortelstelsel. In het late voorjaar en vroege zomer komen deze planten jaarlijks weer tot volle groei en geven 's zomers tot laat in de herst een bijzondere sfeer aan de tuin. Alle beschreven soorten heb ik reeds jarenlang in de kwekerijtuin uitgeplant, tenzij anders vermeld.
Gemberachtigen
Iedereen kent de wortelstok van de tropische
gemberplant als kruid in de keuken. Maar binnen de gemberfamilie
zijn er nog tal van soorten, afkomstig uit koele klimaatgebieden,
welke bij ons buiten toe te passen zijn en bovenal een hoge
sierwaarde hebben. Siergember is een prima alternatief voor de ziektegevoelige en nauwelijks vorstbestendige Canna's. Bovendien geuren veel gembers heerlijk i.t.t. Canna. We kweken ca. 40 soorten en varieteiten van 15 - 250 cm.
Cautleya spicata 'Robusta'
Cautleya spicata Robusta is een zeer fraaie siergember uit Japan en China is een van de hardste gemberachtigen met exotisch aandoend blad. Opvallend is ook de wijnrode bladsteel. Hoogte 70 – 100 cm, polvormend.
Zoals de meeste gembers komt deze soort in het voorjaar vrij laat aan de groei. De bloeiwijze in de nazomer is absoluut
mooi. De bloeikolf is scharlakenrood van kleur terwijl de
bloemen zelf oranje-geel gekleurd zijn. Dit levert een prachtig
kleurcontrast op. Een soort met een voorkeur voor de halfschaduw
op een humeuze, voedingsrijke grond. Langzaam vormt zich
dan een stevige pol. De bloeitijd is eind augustus –
september – oktober.

Caultleya lutea (syn. gracillis)

Hedychium (himalaya gembers)
Net als bijvoorbeeld Hibiscus wordt het geslacht Hedychium
met de tropen geassocieerd vanwege het weelderige loof,
de opvallende bloemen en de zware, zoete geur. Toch groeien
veel van deze soorten op vrij grote hoogte in de bergen
van zuidelijk Azie. Een aanwijzing dat ze weinig problemen
hebben met wat koeler weer. Enkele recent geïntroduceerde
soorten zijn zelfs zo winterhard dat ze de meeste winters
bij ons goed door komen. Het zijn vaste planten met dikke rhizomen
welke pollen van 1 tot ruim 2 meter hoog vormen. Ze prefereren
humusrijke, vochtige, maar goed doorlatende grond op een
plaats in de volle zon, eventueel lichte schaduw. Als de
oude bloeistengels na de bloei weggehaald worden wordt de
plant geprikkeld tot een krachtige groei. De bloei ligt, afhankelijk van de soort, tussen juli en november.
Hedychium
coccineum (oranje-rood)
Deze uit de Himalayagember vormt een forse pol met breed
uitstaande stengels, voorzien van smalle bladeren. Zijn
spectaculaire, verticale bloemaren kunnen wel 25 cm lang
worden. De bloemkleur varieert van licht koraalrood tot
felrood terwijl de verlengde meeldraden altijd roze zijn.
Onze planten bloeien oranje-rood. Nog niet duidelijk is
welke variëteit het is.

Hedychium (coccineum x gardnerianum) 'Tara' Dit is een betrouwbaar winterharde kruising met o.m. eigenschappen van gardnerianum en coccineum.

Hedychium hybride 'Dixter' (syn. Devon Cream)
 250px copyright www.PerkGroen.jpg)
Hedychium
densiflorum 'King'
Dit is een van de kleinste Hedychiums. Hedychium densiflorum
ontwikkeld snel een dichte pol van hoge, smal bebladerde
stengels welke in de nazomer worden bekroond door oranje
bloemen. Geurt ook heerlijk en geeft evenals de andere gembers
een bijzonder exotische tint aan de tuin.

Hedychium densiflorum 'Assam Orange'
De vorm Assam Orange is groter dan de botanische densiflorum. Bovendien is de bloeiwijze feller van kleur en is de bloei rijker. Over het algemeen bloeit deze soort ook later in het seizoen (augustus september). Betrouwbaar winterhard.
Hedychium densiflorum 'Stephen'
Stephen is een nog grotere vorm van densiflorum met een uitbundige bloei. De samengestelde bloeikolven zijn warmgeel van kleur.

Hedychium forrestii Hort.
Een bijzonder interssante grote Hedychium voor permanente buitenteelt. Deze goed winterharde soort wordt makkelijk 2 meter hoog, bloeit midden zomer met verspreid staande witte bloemen, welke in het najaar gevolgd worden door prachtige rode vruchten. Opvallend is ook de weelderige groei, de grote bladeren en de rijke bloei. Zeer exotisch ! Nog slechts beperkt voorradig.

Hedychium
gardnerianum 'Compactum'
Deze geelbloemige siergember is in zijn soort een
van de mooiste. Hedychium gardnerianum Compactum
heeft stevige, gedrongen stengels en relatief grote, iets
golvende bladeren. Deze compacte vorm groeit in een zomer
op tot 80 – 100 cm en gaat dan bloemknoppen aanleggen.
Meestal in augustus / september gaat deze Hedychium bloeien
met grote helder gele bloemen, elk met een rood-oranje verlengde
meeldraad. Nog altijd een zeer gewaardeerde bloei, zeker
ook vanwege de heerlijk zoete geur. Bruikbaar als kuipplant
en met de nodige zorg ook in de volle grond te kweken.

Hedychium greenii
Dit is misschien wel de mooiste Hedychium in blad- en bloemkleur.
Hedychium
spicatum 'American Clone'
Deze gember bereikt een hoogte van 1,5 meter of hoger en
vormt lange trossen met dicht op elkaar staande zacht perzikkleurige
bloemen. We hebben plantemateriaal van drie verschillenden bronnen. Hedychium spicatum blijkt variabel te zijn gezien de diversiteit in groeivorm en hoogte van de verschillende klonen. 

Roscoea (Tibetgember of orchideegember)
Roscoea’s
zijn de kleinste gembersoorten (15 – 80 cm). De bloem van deze overblijvende knolgewassen uit de gemberfamilie heeft
iets weg van irissen en orchideeën. De bloem bestaat
uit helmvormige bovenste kroobladeren, een onderlip met
brede slippen en twee smalle kroonbladen. De lancetvormige
bladeren groeien rechtop. Roscoea’s lenen zich voor
toepassing in groepen, in combinatie met andere gembers,
siergrassen, ophiopogon en bodembedekkers. Roscoea’s
zijn over het algemeen goed winterhard. Tijdens strenge
vorst in combinatie met een uitdrogende schrale wind is
een licht winterdek met bladeren aan te bevelen. Roscoea’s
kunnen jarenlang op een vaste plek blijven staan. Roscoea
prefereert een groeiplek in de halfschaduw tot zon op vruchtbare,
humusrijke grond welke ‘s zomers vochtig is en ‘s
winters voldoende doorlatend zodat de wortels niet te nat staan.
De naam Roscoea is afgeleid van de bankier William Roscoe
die in 1802 de botanische tuin van Liverpool oprichtte.
Let op dat Roscoea’s altijd pas laat boven de grond
komen in het voorjaar. Een merkstok of label is dan geen
luxe voor actieve tuiniers.
Roscoea auriculata
Deze Roscoea heeft zacht purperen tot paarse bloemen en
bloeit in de periode juni – juli. R. auriculata wordt
35 tot 45 cm hoog. Vormt een forse pol van uiteindelijk ruim 40 cm hoog. Winterhard. Komt uit de Himalaya (Tibet, Nepal) en groeit het liefst op een humusrijke bodem in de zon tot halfschaduw. De bloeiperiode valt in juli - augustus. Het blad is donkergroen van kleur. Roscoea auriculata 'White Cap' is een selectie met een paars/witte bloem.

Roscoea brandisii 'Purple Giant'
Deze forse soort heeft de meest donkerpaarse bloemen op stevige bladstelen. Het is een van de grootste soorten Tibetgembers. Deze plant groeit na enkele jaren uit tot 60 a 70 cm met dikke donkergroene stelen, mooie lange smalle bladeren en zeer fraaie donkerpaarse bloemen in augustus – september. Een standplaats in de zon tot halfschaduw wordt geprefereerd, evenals een humusrijke doorlatende grond.

Roscoea cautleoides
Deze soort bloeit in de zomer met helder gele bloemen, en
wordt circa 25 cm hoog. Het glanzend, lancetvormig blad
groeit rechtop en is aan de basis vergroeid tot een holle
schijnstengel. Oudere planten kunnen al vanaf eind mei in
bloei komen. De plant heeft dan een hoogte van 40 –
50 cm. Een tweede bloei uit nieuw scheuten is in september
– oktober mogelijk. Roscoea cautleoides 'Jeffrey Thomas'
De selectie Jeffrey Thomas heeft bloemen met een lichte,
frisse citroenkleur. In vorm, groei en hoogte vergelijkbaar
met R. cautleoides.
Roscoea purpurea
Volgens veel bezoekers aan onze tuin is Roscoea purpurea een van de mooiste soortgroepen. Binnen purpurea zijn diverse selecties met ieder hun eigen kenmerken. Zoo heeft R. Dalai Lama en Peacock Eye een purperen tot wijnrode dikke stengel (bladsteel),
spitse groene bladeren en paarse bloemen met een lange kroonbuis.
Peacok Eye wordt duidelijk groter dan Dalai Lama. De vorm Brown Peacock is heel bijzonder vanwege de bruinrode bladeren die in de loop van de zomer naar donkergroen verkleuren, de onderzijde blijft rood. De bloeiperiode bij jonge planten
is medio augustus - september. Naarmate de planten ouder worden treedt
de bloei eerder in.
Roscoea purpurea 'Dalai Lama'

Roscoea purpurea 'Brown Peacock'

Roscoea purpurea 'Peacock'


Roscoea purpurea 'Peacock Eye'


Roscoea purpurea 'Vincent'

Thalia dealbata (hardy canna, alligator flag)
Een bijzonder buitenbeentje binnen de gemberachtigen (Marantaceae) is Thalia dealbata. Thalia komt van nature voor in het zuidoosten van de Verenigde Staten. Deze vochtminnende plant kan onder gunstige omstandigheden, inclusief bloeiwijze 2 meter hoog worden. De brede lancetvormige bladeren met een oranjerode bladrand zijn ongeveer 40 cm op lange, dunne bladstelen. In de volle zon krijgen de planten een prachtige blauwwitte waas, de onderkant van de bladeren is witbepoederd. Het blad lijkt op de bekende paradijsvogelplant (Strelizia reginae). De blauwpaarse bloempjes staan op lange stelen en komen ver boven de bladeren uit. We hebben waargenomen dat een deel van de bloemen van Thalia vleesetend zijn en een deel bestoven wordt en vrucht vormt. Dit is waarschijnlijk een aanpassing aan de mineraalarme groeiomstandigheden in het natuurlijk verspreidingsgebied. Thalia heeft voor een optimale groei veel voedsel en water nodig. Thalia is in staat onder zuurstofloze omstandigheden te groeien waardoor deze plant zelfs als oeverplant toegepast kan worden. We kweken deze plant nu 15 jaar buiten en de winterhardheid is tot nog toe goed gebleken bij een winterdek met blad of stro. Het is een stevige, stylistische plant welke meer toepassing verdient.

Zingiber mioga
Een zeer fraaie, exotische gember uit Japan welke alleen al voor het bladeffect zeer de moeite waard is. Wordt ca 50 – 70 cm hoog. Curieus is de bloeiwijze: deze verschijnen einde zomer vanuit de grond. De bloemknoppen worden in Japan geoogst als delicatesse. Zeer goed winterhard. Er bestaat ook een zeldzame bontbladige vorm: Dancing Crane. Deze bonte varieteit is alleen al voor het bladeffect zeer de moeite waard is. Wordt eveneens ca 50 – 70 cm hoog. Standplaats halfschaduw en een vochthoudende, humusrijke grond

Canna (Indische bloemriet)
Canna altensteinii
Canna annaei 'Omega'

Canna
brasiliensis
Dit is een van de kleinste Canna's met een kleine botanische bloem (geelrood), relatief kleiene spitse bladeren en een groeihoogte van circa 1 meter. Onze vorm heeft een reeks winters in de volle grond overleeft met een afdeklaag van stro en blad. De planten bloeien niet alleen maar zetten ook vrucht en ontwikkelen kiembare zaden.
Canna musifolia 'Grande'
De grootste canna.
Canna 'Russian Red'
Canna 'Stuttgart'
Een bontbladige Canna het langgerekte stelen en spits toelopende
bladeren. Het blad van deze soort is voorzien van grote witte
banen op een blauwgroene ondergrond. Canna Stuttgart is een
afgeleide vorm van C. Annaei (syn. Omega). De Stuttgart groeit op
tot zeker 2 meter en is in de zomer getooid met tal van fijne
roze-abrikooskleurige bloemen. Tijdens zonrijke zomers kan
het blad verbrandingsverschijnselen vertonen. Een groeiplaats
in lichte schaduw kan dat voorkomen, al worden bladeren met
brandvlekken snel bedekt met grotere, nieuwe bladeren. Deze
Canna maakt relatief lange wortelstokken en kan snel een forse
pol vormen. Verschillende liefhebbers in Nederland en Belgie
hebben deze soort al meerdere jaren in de volle grond met
een mulchlaag in de winter over het wortelstelsel. Ook bij ons blijkt dit een sterke soort te zijn. Zeer beperkt voorradig.

Canna
indica 'Robert Kemp'
Een forse plant welke midden zomer bloeit bij een
hoogte van 1.5 topt 2 meter met heldergroene bladeren.
Deze plant groeit in Zuid Amerika in het wild tot op hoogten
van 2000 meter. Ook deze Canna heeft al een reeks winters buiten overwinterd onder een mulchlaag.
