Met de term ‘bladplanten’ bedoel
ik planten met relatief grote, vaak schotelvormige bladeren
welke prachtig te combineren zijn met fijnbladige soorten
op de voor- en achtergrond. Bij de meeste bladplanten is
de vorm en structuur van de plant het belangrijkst en komt
de (eventuele) bloeiwijze op de tweede plaats. Ofschoon
de bloeiwijze van Ligularia’s vaak niets onderdoet
aan de schoonheid van het blad! Ook onder ‘aronskelken’
zijn veel soorten te vinden welke getypeerd kunnen worden
als bladplant, maar vanwege de veelheid aan soorten is dit
een aparte categorie geworden.
Albizia jullibrissin
Rosea (Perzische Zijdeboom,
Slaapboom)
Dit is de enige winterharde boomsoort met dubbelgeveerde
bladeren (een eigenschap welke we kennen van veel (sub)tropische
bomen). De grote geveerde acacia-achtige bladeren verschijnen
pas laat in het voorjaar. De vorm Rosea is de meest winterharde
variëteit van de meest winterharde soort. Het is een
snelgroeiende kleine boom welke vaak niet veel groter wordt
dan 3 a 4 meter. Door de parasolachtige groeiwijze en de
open bladstructuur is het een ideale boom om in kleinere
tuinen toe te passen, langs terrassen of in parken. De bloeiwijze
is bijzonder fraai; aan het eind van de zomer is een volwassen
boom getooid met talloze roze-rode bloeipluimpjes, welke
in bijzonder goede zomers gevolgd worden door platte peulen. Enkele andere goede vormen van de Albizia zijn Ombrella of Boubri. Zeer spectaculair is de nog zeldzame roodbladige vorm Summer Chocolate, de winterhardheid van deze vorm moet zich nog bewijzen.
Amorphophallus
rivieri Konjac (Duivelstong)
Nog een bijzondere loot uit de aronskelkfamilie: een Amorphophallus
uit Japan. Het kleine broertje van de grootste bloem ter wereld
(Amorphophallus tutanum). Deze ongewone plant maakt een groot
ingesneden blad met een 70 cm hoge, groen-zwartgevlekte bladsteel.
Als de plant oud genoeg is produceerd hij een fascinerende
bloeiwijze van ca. 15 cm, gelijkend een grote vaas van paars
vinyl met een paarse spadix. Na de bloei rust de plant meestal
een paar weken totdat in Juni het blad verschijnt. De moederplant
maakt scheuten zodat op den duur een cluster ontstaat. Oude
planten maken knollen met een doorsnede tot 30 cm en een gewicht
tot 10 kg. Amorphophallus rivieri Konjac is een belangrijk
gewas in Japan. Traditioneel worden er noodles van gemaakt,
maar tegenwoordig wordt deze soort verbouwd ten behoeve van
de farmaceutische industrie voor het winnen van een ongewone
carbonhydrataat (mannose) voor het vervaardigen van gels.
Astilboides
tabularis (Schotelblad)
Majestueuze bladplanten voor een groeiplaats in de schaduw
of halfschaduw. Het grote cirkelvormige blad met een zachte
kleur groen (onder optimale omstandigheden 60 tot 90 cm
in doorsnede) wordt in het midden gedragen door een harige
bladsteel. Deze soort draagt in de zomer hangende trossen
met heerlijk geurende cremewitte bloemen. Het is een polvormende
soort welke prima combineerd met fijnbladige bamboes, siergrassen,
zeggen en andere bladplanten zoals Hosta en Ligularia.
Brunnera Jack Frost
Clerodendrum bungei (pindakaasplant)
Dit winterhard familielid van de uit de tropen bekende Clerodendrums wordt vanwege de bijzondere bladgeur ook wel Pindakaasplant genoemd. Mooie bladplant donkergroen-rood en zeer fraaie bloemen (karmijnrood). C. bungei wordt 100-150 cm hoog en vormt uitlopers. We hebben ook een boomvorm, Clerodendrum trichotomum Fargesii. Deze kleine, zeer exotische boom heeft een opvallende bloei (heerlijk geurend), gevolgd door uitzonderlijke stervormige vruchten in de nazomer. Het blad is licht behaard en groot. Deze Chinese boom wordt tussen 3 – 4 meter hoog en is in kleine tuinen toepasbaar in de zon tot halfschaduw op een doorlatende, humusrijke bodem. Bladverliezend.

Colocasia (Olifantsoor)
Colocasia of 'elephant ears' zijn spectaculaire bladplanten welke nog nauwelijks bekend zijn in Noord Europa. Colocasia wordt vaak verward met de veel minder koude bestendige Alocasia's. In de V.S. is al meer ervaring opgedaan met Colocasia waaruit een aantal bruikbare soorten en varieteiten zijn geselecteerd welke grote potentie hebben voor buitentoepassingen bij ons. Meer informatie over ervaringen in de V.S. is te vinden bij onze collega's van Plant Delight Nursery, Raleigh, USA. Bij de aanschaf van een Colocasia is het belangrijk er zeker van te zijn dat de planten niet uit weefselkweek (in-vitro) afkomstig zijn omdat deze planten door het gebrek aan een houtige knol de winter niet overleven. Ambachtelijk vermeerderde planten verdienen daarom de voorkeur.
Colocasia fontanesii Black Stem (syn. Burgundy Stem)
Dit lijkt de meest groeikrachtige en grootste soort te zijn voor ons klimaat. Deze plant haalt in een groeiseizoen makkelijk een hoogte van 160 - 200+ cm, waarbij de nieuwe bladeren steeds groter worden. Deze soort vormt makkelijk uitlopers. ‘s Winters in de volle grond mulchen of plant met rhizomen vorstvrij overwinteren. Groei komt altijd laat op gang in het voorjaar / begin zomer.
Opvallende kenmerken bij deze vorm zijn de golvende blauwgroen berijpte bladeren en de constrasterende donkerrode bladsteel. Ook deze soort komt soms tot bloei, maar alleen na een warme zomer.

Dahlia imperalis

Darmera
peltata (Schildblad)
Darmera is een vorstbestendige plant met paraplublad. Deze
bladvorm is zeldzaam en is vooral terug te vinden bij niet
winterharde planten als Lotus en Papyrus. Het blad van Darmera
is in staat om veel regenwater op te vangen. Hij groeit
dan ook het liefst op een vochthoudende grond. De plant
heeft geschubde, kruipende wortelstokken die half boven
de grond liggen en die doen denken aan een voorwereldlijk
reptiel. De bloemstengel verschijnt vroeg in het voorjaar,
voordat het blad uitloopt, en kan in goede grond een hoogte
van 1 meter bereiken. De stengel is bovenaan bezet met helderroze
bloemen..

Decaisnea
fargesii (Augurkenstruik)
Het geveerde blad van de Augurkenstruik wordt bijna 1 meter
lang en maakt een tropische indruk. Deze bijzondere heester komt uit
Noord-Tibet. Deze kleine heester wordt circa 1,60 –
2,00 meter hoog en maakt meerdere grondscheuten. In mei-juni
bloeit Decaisnea met kleine geelgroene bloemen, waaruit
zich al snel langwerpige vruchten gaan ontwikkelen. Deze
zijn aanvankelijk geelgroen, maar worden in de nazomer bijna
10 cm lang en blauwzwart van kleur. Nadat het goudgele herfstblad
is gevallen blijven ze nog tot diep in de winter aan de
plant hangen. Ook het wintersilhouet is zeer de moeite waard.
De takken zijn van onder naar boven toe wit berijpt tot
groen van kleur. Decaisnea verlangt een enigszins beschutte
standplaats (vanwege de lange bladeren) en een voldoende
vochthoudende humusrijke bodem. Zowel op (bewerkte) klei
als op zand groeit de Augurkenstuik goed. Goed winterhard. Zon tot halfschaduw.

Fatsia
japonica (Japanse aralia)
Een fantastische, groenblijvende, exotisch ogende bladplant
voor een luwe, beschaduwde groeiplaats. Fatsia is vooral
bekend als ouderwetse kamerplant, maar als tuinplant is
de soort Fatsia japonica, uit Japan uiteraard, onovertroffen.
De grote sierlijk gelobde bladeren vallen dakpansgewijs
over elkaar en blijven optimaal op kleur (donkergroen met
een lichtgroene bladnerf!) vol in de schaduw. Dus een groeiplaats
aan de noordkant van uw huis, onder de kroon van een grote
boom of in de ondergroei van een hoge bamboe komt Fatsia
optimaal tot ontwikkeling. Onder gunstige omstandigheden
kan Fatsia japonica uitgroeien tot een formaat van 1,5 tot
2 meter, maar meestal blijft het een compacte plant van
een meter doorsnede. Dat Fatsia uit de ‘klimopfamilie’
(evenals Tetrapanax en Aralia) komt wordt verraden door
haar bloeiwijze. De bloeiwijze bestaat uit een tros met
witte ‘bolletjes’, bestaande uit vele kleine
witte of cremekleurige zoete bloemen. Deze bloeiwijze lijkt
veel op die van de struikklimop (Hedera helix Arorescens;
de volwassen vorm van Hedera helix). Het moment van bloei
is ook bijzonder, want Fatsia gaat pas bloeien als u net
de kachtel in huis aangemaakt hebt met het eerste houtblok.
Van Fatsia japonica hebben we soms enkele bijzondere cultuur-varieteiten
op kweek, te weten:
Fatsia japonica Variegata (een vorm met grote, roomwitte
vlekken in het blad) en Fatsia japonica Aureomarginata (een
vorm met opvallen donkergroen – lichtgroen gemêleerd
blad).

Fatshedera lizei
Ficus carica
Brown Turkey (Winterharde
vijg)
Net als bij appels en peren zijn er onder de vijgen tientallen
selecties en cultivars. De meeste cultivars zijn ontwikkeld
voor het warme zuiden van Europa. Gelukkig zijn er enkele
soorten welke ook in ons landje met lange, koude, natte
winters en vaak een kort groeiseizoen toch goed winterhard
zijn en vrucht dragen. De selectie Brown Turkey is er zo
een: zelfs in een koele natte zomer draagt zij minimaal
een maal vruchten (zoals in 1998). In zeer warme zomers
(2003) heeft deze Ficus zelfs drie vruchtproducties gekend
(mei – augustus – oktober). In een gemiddelde
zomer draagt deze Ficus twee maal vruchten. Optimale vruchtproductie
krijg je bij toepassing als leistruik/boom tegen een warme
gevel, maar ook vrij uitgeplant als struikvorm draagt ze
goed. De snoeikunstenaars onder ons kunnen er een stamboompje
van kweken. Los van de vruchten is het een zeer fraaie plant
vanwege het prachtig ingesneden blad en ‘s winters
als de knokige donkerbruine takken tevoorschijn komen. Het
beste in de volle grond te kweken. Te telen als leiheester, solitaire struik of als klein boompje. Vruchten worden chocoladebruin, ovaal, middelgroot. Het vruchtvlees is dieprood, zoet en smakelijk. Geschikt voor vers drogen en verwerking.
Als kuipplant wel vorstvrij
overhouden omdat de wortels het anders te zwaar te verduren
krijgen.
Gunnera manicata (Mammoetblad)
Mammoetblad of reuzenrabarber is geen familie van de rabarberplant. Het geslacht Gunnera telt een veertigtal soorten. Een klein aantal daarvan zijn redelijk tot goed winterhard in ons klimaat. De grootste van alle soorten Gunnera is de G. manicata. Deze plant kan onder zeer gunstige omstandigheden zo'n 3 tot 4 meter hoog worden met bladeren tot 2 meter in doorsnede. Een warme, luwe standplaats en de permanente beschikking over voldoende vocht en voeding zijn hiervoor van belang. Naast het reuzenblad zijn ook de roodbruine bloeikolven impostant. Ze kunnen bij deze soort 50 tot 100 cm groot worden. De echte Gunnera manicata is een zeldzame verschijning en daarom slechts beperkt verkrijgbaar.

Gunnera tinctoria (Mammoetblad)
De Gunnera tinctoria is in alle delen een stuk kleiner dan de G. manicata, maar nog steeds imposant en goed bruikbaar in de meeste tuinen. De plant groeit op tot ca. 1.5 tot 1.75 m met bladeren tot 1 meter in doorsnede. Zet een gunnera liefst op een licht beschaduwde plaats, beschermd tegen de felle middagzon, in vruchbare en vochtige grond, bijvoorbeeld aan de rand van een vijver. Aan het einde van het najaar mogen de resterende bladeren afgesneden worden. Voordat de vorst invaltt, moet de plant worden afgedekt met een flinke laag blad of gehakseld stro. Om dat op zijn plaats te houden is het het beste om rond de plant een korf van gaas te zetten. Let op dat G. tinctoria vaak onder de verkeerde naam G. manicata aangeboden wordt (zie bovenstaande omschrijving van de echte G. manicata).
Inula racemosa Sonnenspeer
Inula (

Kirengeshoma
palmata (Japanse
wasbloem)
De Japanse wasbloem is een ongeëvenaarde plant met
prachtig esdoorachtg blad. Deze planten groeien prima op
donkere plekken. Er zijn twee soorten bekend welke onderling
slechts minimaal verschillen. De Koreaanse wasbloem is na
een aantal jaar toch iets robuuster (80 cm) dan zijn Japanse
soortgenoot (70 cm). De bloeiwijze bestaat uit hangende,
zachtgele klokken in de periode augustus – september.
Ligularia
dentata Desdemona en Othello
Ligularia’s zijn decoratieve planten voor elke wat
vochtige grond in de zon of (half)schaduw. De ene heeft
een geheel rode onderzijde van het blad. De andere variëteit
heeft alleen scherp rood afgetekende bladnerven. Beide zeer
fraai
Ligularia
hesseii Gregynog Gold
Volgens ons de mooiste Ligularia. De soortnaam verwijst
naar de beroemde Duitse schrijver Hermann Hesse welke deze
cultuur vorm Gregynog Gold heeft gewonnen. Ik ben er nog
niet achter of dit ook een figuur in zijn boeken is. Het
is een forse tot zeer forse plant. Onder gunstige omstandigheden
krijgt het blad het formaat van groot hoefblad, met dien
verstande dat deze soort absoluut polvormig is. Deze plant
vormt langgerekte, hoge bloeiwijzen welke gevuld zijn met
talloze, grote, margrietachtige gele bloemen welke bijzonder
in trek zijn bij vlinders en andere nectareters. Ideaal
te gebruiken als vakbeplanting bij een grote vijver, tussen
een groep heesters of als combinatieplant met bijvoorbeeld
fijnbladige Fargesia’s in de nabijheid.
Ligularia
veitchii
Een grootbladige soort met langerekte, hartvormige bladeren,
randen getand. Vormt een forse pol met middenzomer een forse
bloeiwijze, bezet met grote margrietachtige gele bloemen.
Ligularia
stenocephala The Rocket
Een van de grotere Ligularia’s. Prachtig hartvormig
blad met een getande buitenrand. Vormt stevige pollen en
is prima geschikt voor groepsbeplanting. Maakt zeer lange
bloeiaren, tot 175 cm, helder geel. De zaadpluimen in de
winter zijn ook zeer de moeite waard om over te laten staan.

Ligularia
prszewalskii
Zeer fraai ingesneden blad aan zwarte bladstelen. Smalle,
langgerekte bloeiaren met heldergele bloemen. Bloeiwijzen
blijven ‘s winters ook goed overstaan. Afkomstig uit
China en perfect winterhard bij ons. Loofhoogte circa 50
cm, maar de ijle bloeiaren reiken tot 150 cm.
Ligularia palmatiloba
Een grootbladige Ligularia met stugge bladeren, rond van vorm en voorzien van diep ingesneden kartels rondom het blad. Grote heldergele bloemen op een stevige, lange steel.
Melianthus
major
Een van de mooiste bladplanten op aarde; grijsblauw berijpt,
samengesteld en gezaagd blad uit Zuid Afrika. Is vooral
geschikt als kuipplant, maar in de tuin kan ook mits hij
voldoende winterbescherming krijgt. In de tuin gedraagt
Melianthus zich als bladverliezende heester en komt dan
elk jaar op vanuit het wortelstelsel (hoogte ca. 100 –
150). Dit levert jaarlijks een mooie, compacte plant op
die alleen niet of zelden tot bloei komt. In de kuip is
de bloei zekerder. De langgerekte bloeiwijze doet iets denken
aan Acanthus, maar dan in bordeauxrode tinten. In de kuip
wordt Melianthus snel kaal aan de onderzijde van de plant.
Regelmatig (na de bloei) terugsnoeien is dan het devies.
Musa basjoo
Een van de meest exotisch ogende bladplanten is natuurlijk de Japanse vezelbanaan. Omdat deze plant zo'n opvallende plaats inneemt in ons assoritment is er een aparte rubriek aan gewijd. Lees verder onder banaanachtigen
Paulownia tomentosa
De vrouw van koning Willem de derde, Anna Paulowna zal trots
zijn geweest over de naam van deze boom uit China. De Paulownia
tomentosa is in een aantal opzichten een bijzondere boom.
Ten eerste is het de grootstbladige boomsoort voor ons klimaat
en ten tweede is het de enige lila-blauw bloeiende boom
voor onze tuinen. Twee bijzondere eigenschappen die maken
dat de Paulownia tomentosa best meer toegepast kan worden
dan nu het geval is. De Paulownia is verder hoog te waarderen
als terrasboom omdat zij laat in blad komt (meestal pas
in mei, als we eerst hebben kunnen genieten van de voorjaarszon
die allengs sterker wordt) en, ondanks de grote bladeren,
een lichte schaduw geeft. Dat maakt deze boom ook bij uitstek
geschikt als schaduwgever voor het kweken van allerhande
schaduw- en bosplanten onder de brede kroon. De boom bloeit
vanaf 5 a 7 jarige leeftijd met bloemtrossen in het voorjaar
op het kale hout. Vooral na een goede zomer zet de boom
extra veel bloemknoppen aan voor de winter. Na de winter
groeien deze uit tot forse trossen. Zelfs als de bloemen
afvallen blijven ze nog enkele dagen heerlijk nageuren op
de grond.
De Anna Paulownaboom heeft nog een tweede toepassing: door
de jonge boom jaarlijks aan de grond af te zetten vormen
zich slechts enkele nieuwe grondscheuten welke in een zomer
enkele meters ( soms tot 3 a 4 meter hoog) recht omhoog
schieten en rondom bezet zijn met enorme bladeren die doen
denken aan jonge teakhout-bomen die we uit de tropen kennen.
Op deze manier komt de Paulownia niet tot bloei, maar geeft
wel een fantastisch architectonisch bladeffect in de tuin
dat doet denken aan een groot formaat kamerlinde. Dit maakt
toepassing in een kleine tuin ook goed mogelijk.
In de periode november – april hebben we deze prachtige
boom in verschillende maten uit de volle grond leverbaar,
met kluit. Tijdens de zomer zijn er ook altijd een klein
aantal exemplaren uit de container leverbaar zodat ook in
de zomer aangeplant kan worden.

Petasites
japonicus Nishiki Bukhi (Japans bont Hoefblad)
Een grootbladige bladplant uit japan. Het is de Aziatische tegenhanger van het Groot Hoefblad. Deze varieteit heeft fraai geel-groen gevlekte bladeren en is volledig winterhard. De ideale standplaats is op een vochtige, voedingsrijke bodem in zon of halfschaduw. In de halfschaduw wordt deze plant het grootst (hoogte ca. 1.70 en bladdoorsnede 80cm +. Op de kwekerij staat deze Japanse Petasites onder een hoge bamboe (Ph. vivax Aureocaulis) welke te weinig bodemvocht overlaat voor het Japanse hoefblad. De plant blijft daardoor op deze plek vrij laag.

Polygonum, Persicaria (Fallopia)
De
duizendknoopfamilie is een prachtige familie, met een breed
spectrum aan bruikbare vormen en selecties. Ik noem er enkele
welke volgens mij bruikbaar zijn in een ontwerp variërend
van jungletuin tot ‘nette’borders. Voor het
gemak houd ik hier de naam Polygonum aan. Volgens de huidige
taxonomie zijn nieuwe namen voor Polygonum: Reinoutia, Fallopia,
Persicaria etc. Voorlopig nog erg verwarrend, vandaar dit
conservatisme. Vooral de hogere duizendknopen hebben iets
bamboe-achtigs. De spectaculaire groei en de gelede stengels
doen denken aan de groeiwijze van Phyllostachys-bamboe.
Polygonum
sachalinense: de Russische
duizendknoop van de Sachalinen-eilanden voor de kust
van Rusland
De grootste aller winterharde duizendknopen. Als hij de
ruimte krijgt wordt het een bakbeest van een plant; 3 tot
4 meter hoog met enorme lappen van bladeren. In de nazomer
verschijnen er kleine witte bloempluimen tussen het loof.
Vanwege het grote blad is een windluwe groeiplaats aan te
bevelen. Het bladtype doet veel denken aan dat van Populus
lasiocarpa, de Chinese balsempopulier (zie onder ‘heesters
en bomen’). De uitbreiding van deze plant is in te
tomen door haar binnen een ring van wortelbegrenzerfolie
te planten. Regelmatig mest en tijdens aanhoudende droogte
extra water houdt de bladontwikkeling optimaal. De spectaculaire
hergroei in het voorjaar samen met de stevige stengels doen
denken aan bamboe, ofschoon Polygonum daar niets mee te
maken heeft in botanisch opzicht.

Polygonum
japonica Spectablile (syn. Reynoutia cuspidatum
Spectabile) : bonte japanse duizendknoop
Polygonum orientale (syun. P. japonica) is de bekende Japanse
duizedknoop, welke vaak eenmaal aangeplant slechts met veel
moeite uit een tuin te verwijderen is. Maar toegepast in
grote gesloten kuipen of binnen een brede strook wortelbegrenzerfolie
is het een zeer fraaie toevoeging aan een tuin. De bamboeachtige
stengels komen in het voorjaar met hoge snelheid uit de
grond, vaak donkerrood en later blauwgrijs/blauwgroen berijpt
met talrijke fijne rode vlekjes. Het blad is ongeveer even
lang als breed, spits toelopend. Op sommige plaatsen in
de tuin blijft hij al jaren op een compacte pol groeien,
terwijl op andere plaatsen deze plant al snel meerdere vierkante
meters beslaat. Het lijkt erop dat een relatief droge standplaats
op onze rivierklei de groei compact houdt. In onze regio
wordt deze plant ook wel 'Betuwse bamboe' genoemd.
Een fraaie variant voor de tuin is de vorm
‘Spectabile’. Deze vorm heeft spectaculaire
gekleurde stengels en bladeren. De kleur bij het uitlopen
in het voorjaar is al opvallend: de stengels zijn dan vurig-oranje
van kleur en de bladeren zijn bij het ontwikkelen geel-wit-groen-rood/oranje
gevlekt. Deze varieteit blijft kleiner dan de soort en groeit
ook een stuk rustiger. De winterhardheid is eveneens
goed. In hete droge zomers (2003) kan het blad verbranden
(vooral op de geel/wit gekleurde bladdelen). Het is daarom
raadzaam deze soort een plaats te geven waar de hete middagzon
niet komt. Zeer beperkt leverbaar.

Polygonum
paniculatum
Deze duizendknoop blijft al een stuk lager dan voorgaande
twee soorten. Het een hoogt van ca 1 meter en een breedte
van ook een meter is het een plant welke goed past tussen
heesters of hoge bamboes. Deze soort blijft redelijk op
zijn plek, groeit in dichte clusters en maakt af en toe
een korte uitloper naar een plek waar een volgend cluster
komt. De bladeren zijn langgerekt en lopen scherp puntig
toe. In de nazomer verschijnen de witte bloeiwijzen in pluimpjes
boven de plant.

Polygonum
orientale : Oriëntaalse
duizendknoop
Volgens mij de mooiste hoge duizendknoop in de tuin. Ofschoon
het een forse jongen wordt (1,5 tot 2,5 meter) op gunstige
locaties is het een plant die nooit in de weg staat omdat
de opgaande stengel alleen bovenin zijtakken en bloemen
draagt. Dit is een eenjarige plant, welke zich elk jaar
weer terugzaait in de omgeving waar hij stond. In je beleving
lijkt het daardoor een vaste plant te zijn, vooral ook omdat
de afgestorven stengels de hele winter over blijven staan.
De stengels zijn op zich al fraai van kleur en opbouw en
vanwege het gezwollen karakter tussen de knopen doen de
halmen sterk denken aan de boeddha-belly-bamboe. Meestal verkrijgbaar vanaf juni.

Polygonum
weirychii
Een relatief onbekend lid van de duizendknopen. Een stevige
polvormende plant met opvallend zachte bladeren welke een
lichte voorkeur voor halfschaduw heeft (in de zon blijft
hij iets kleiner en is het blad wat lichter van kleur).
Persicaria
microcephala Red Dragon: Chinese Rode Draak duizendknoop
De Chinese Rode Draak is een geweldige aanwinst van de
laatste jaren binnen de duizendknoopgroep. Deze polvomende
plant is bijzonder bruikbaar als ‘weefplant’
tussen andere, hogere planten, vooral ook vanwege de scherp
kleurcontrasten. Het blad is spits toelopend en heeft een
zeer mooie kleurstelling met verschillende tinten donkerrood,
roodbruin, vuurrood en donkergroen. De stengeldelen zijn
karmijnrood van kleur. De bloeiwijze, in de nazomer, bestaat
uit fine wolkjes witte bloemen. Niet spectaculair, maar
wel een mooie aanvulling op de achtergrond van het roodgemêleerde
blad. Doordat deze plant de bodem snel bedekt onderdrukt
hij onkruidgroei. Red Dragon levert mooie combinaties op
met bijv. geelbladige planten (zoals siergras Hakenochloa
macra Aureola) en geelstammige bamboes. Onovertroffen is
ook de combinatie met Tiarella filiformis.

Persicaria
(Tiarella) filiformis
Groen blad en ragfijne , koraalrode bloemen. Zeer fraaie combinatieplant voor verfijnd detail. De vorm Painters Pallet valt bijzonder op vanwege de kleurschakeringen op het blad.
Persicaria polymorphum: White Dragon
duizendknoop uit China en Japan
Een fantastische stevige polvormende duizendknoop welke
makkelijk een hoogte van 1 tot 1.60 meter kan bereiken,
met blad gelijkend op dat van P. paniculatum, maar dan
groter. Gedurende de zomer getooid met forse pluimen witte
bloemen. Ook weer een plant met een aantrekkelijk vaasvormig
winterbeeld. Pas ruim na de winter gaan zijn takken door
de versnipperaar en als mulch aan de voet van de plant
toegevoegd.
Rheum
palmatum Tanguticum (Russische rabarber)
Sierrabarber uit Rusland met schitterend ingesneden blad.
Rheum groeit het beste in de volle zon of halfschaduw met
voldoende vocht en voedsel (regelmatig mesten dus, net als
de rabarber in de moestuin). Rheum palmatum kan een doorsnede
van 1 – 1,50 meter krijgen en als ze gaat bloeien
komt daar nog eens een langgerekte bloeiwijze van 1,50 tot
2.00 meter uit met koraalrode bloemen! Absoluut zeer fraai
als solitair, of in grote groepen.
Rheum
palmatum Atrosanguineum (Russische rabarber)
Wat mij betreft een topstuk onder de bladplanten. Deze Rheum
heeft vuurrode bladeren welke gedurende het groeiseizoen
doorkleuren naar donkerrood en tenslotte donkergroen worden.
Het aanmaken van nieuwe (rode) bladeren gaat gedurende een
voldoende vochtige zomer steeds door. De bloeiwijze van
deze soort is bezet met talloze roomwitte bloemen welke
in kleine pluimtjes aan de lange bloemstengel hangen. Beperkt voorradig.

Rheum palmatum Red Herald (Rode Russische Rabarber)
Deze Rheum is vergelijkbaar met R. p. Atrosanguineum voor wat betreft bladkleur, grootte en groeiwijze. Het belangrijke verschil zit in de bloeikleur: Deze varieteit draagt rode bloemen op een langgerekte bloeisteel. Beperkt voorradig.Een fantastische bladplant van formaat is deze Russische rabarber: zeer groot blad met prachtige insnijdingen. Volledig winterhard. Met als summum elke paar jaar een metershoge bloeiwijze met koraalrode bloemen. Toepasbaar als solitair, in grote groepen of in een gemengde beplanting met grassen en andere bladplanten. Heeft de voorkeur voor een rijke, vochthoudende grond.
Beperkt leverbaar in grote potmaten.
Rheum
officinalis (Abdijrabarber)
Deze bijzondere botanische rabarbersoort
was in de middeleeuwen in abdijtuinen te vinden als
artsenijplant. Via een omweg is hij uit een kasteeltuin
in Noord Frankrijk op onze kwekerij beland. Een fantastische
bladplant, met grote smaragdgroene bladeren. De bladeren zijn minder diep ingesneden in vergelijking met Rheum palmatum. De jonge bladeren zijn in het voorjaar bronskleuring. Het is de eerste grote bladplant welke in het voorjaar opkomt. Een prachtige
blikvanger waar veel ruimte is of als solitair onder het
gefilterde licht van een Hemelboom of Paulownia. De bloeiwijze
is fors, 2,5- 3m en roomwit
. Groeit op stevige pollen en vormt langzaam grote
clusters. Uitstekend winterhard. Ook erg mooi in een exotisch
ogende tuin al past ze even goed in een natuurlijke tuin. Deze plant staat bij ons in de volle zon op een humusrijke vochthoudende bodem. Beperkt leverbaar in grote potmaten.

Telekia
speciosa (Koeienoog)
Een Europeaan met perfecte tuineigenschappen; zeer stevige
plant met grote, gekartelde bladeren, getooid met zeer grote
margrietachtige gele bloemen, met een aanvankelijk geel
maar later bruinzwart hart (het ‘koeienoog’).
De bloemen staan samengesteld in schermen. Zeer sterk. Zelfs
midden in de winter nog heel goed herkenbaar aan de overblijvende
zaadschermen met de karakteristieke zaadschijfjes. Groeit
overal, zon of schaduw. Heeft in de verte iets van Ligularia.
Ik plant hem dan ook vaak in combinatie met bladplanten
uit de Ligularia-familie. Ook een van de favorieten van
de geleedpotige bezoekers aan onze tuin.
Tetrapanax
paperyfera (Rijstpapierplant)
Een van mijn persoonlijke favorieten onder de bladplanten.
Architectural Plants worden dergelijke schoonheden genoemd. Deze fraaie bladplant wordt in Taiwan geteeld voor de productie van rijstpapier. Hier is het een opvallende zeldzaamheid voor kuip en beschut in de tuin. Vriest bovengronds terug en maakt nieuwe uitlopers einde mei/begin juni. 100-150 cm hoog, blad 30 – 40 cm in doorsnede, blauwgrijs berijpt.
In de jaren ’50 nog veel gebruikt als kamerplant,
lang voordat de CV zijn intrede deed. Tegenwoordig een zeldzaamheid
geworden en de laatste jaren weer wat meer onder de aandacht
als ‘architectuurplant’ vanwege zijn zeer fraai
gevormde bladeren welke een ronde vorm hebben en blauwgrijs
van kleur zijn. Deze plant is afkomstig uit China, Japan,
Taiwan. In de volle grond heeft ze winterbescherming nodig
en gedraagt zich dan als bladverliezende plant. Elk voorjaar
komt Tetrapanax weer terug uit de wortels met meerdere scheuten
welke in een seizoen toch tot een meter of meer opgroeien.
Als kuipplant maakt Tetrapanax langzaam een of meerdere
stammen en kan dan enkele meters hoog worden. De schoonheid
gaat er dan snel vanaf omdat het loof zich concentreert
bovenin de plant. In de kuip komt zij in de wintert tot
bloei welke niet bijzonder is. In de tuin verlangt Tetrapanax
volle zon en een voedingsrijke groeiplek welke ‘s
winters niet te nat blijft. Uit de kern van de stengels
werd (wordt?) in China en Taiwan rijstpapier gemaakt.

Tetrapanax
paperyfera Rex / Steroidal Giant
Giant Rice paper plant. Er is de laatste
jaren een variëteit van Tetrapanax in omloop met veel
grotere bladeren onder de naam ‘Steroidal Giant’
of T. Rex. Dit is een duidelijk sterkere soort in vergelijking met de botanische vorm. We kweken (in kleine aantallen) zowel de vorm Rex als Steroidal Giant. Naast de Reuze Voodoolelie (Typhonium) is dit de grootste ontdekking van de laatste jaren in de architectonische bladplanten voor ons klimaat. Een plant met grootse schoonheid en zeggingskracht. Grote gelobde bladeren op een stevige stam. Los en open, jungle-achtig. Deze vorm zou afkomstig zijn van de hooglandbossen tussen China en Tibet. Volle zon tot (half)schaduw. Bladeren zeer groot, eerst grijsbruin berijpt, later zeegroen.
De oude planten in onze showtuin hebben na de koude winter van 2009 geen schade opgelopen (tot minus . In Zuid Nederland en Duitsland was de periode met strenge tot zeer strenge vorst echter wel teveel voor deze plant en zal zij zicht vanuit het wortelstelsel moeten herstellen.

Trachystemon
orientalis
Dit is een van de beste nieuwkomers binnen de bladplanten. Deze slakbestendige, bodembedekkende bladplant komt uin een klein plantengeslacht uit de familie der Ruwbladigen.
Trachystemon is niet kieskeurig wat betreft groeiplaats
en groeit ook goed in de schaduw van bomen zolang het maar
niet kurkdroog is. De grote, ruw aanvoelende bladeren zijn
al snel het onkruid de baas. Maar voor het groeiseizoen
echt begint verschijnen de prachtige vertakte, veelbloemige
pluimen met hemelsblauwe bloemen in een purperen schutblad!
Dit mag u niet missen. Qua bladvorm en bloeikleur is het
een schitterende plant om in de boomspiegel van de grootbladige,
blauwbloeiende Anna Paulownaboom te zetten (Paulownia tomentosa).
Typhonium nubicum (syn. Indian Giant - Giant Voodoolilly)
Hoewel eigenlijk behorend tot de Aronskelken wil ik deze soort ook noemen onder de bladplanten. Deze ReuzeVoodoolelie is sinds 1995 in onze collectie, maar altijd werd gedacht dat het een niet winterharde soort was. Totdat er een redelijke voorraad was en een bed vergeten wat te rooien voor de winter. Toen na 12 graden vorst en een veel regen bleek dat deze Typhonium na de winter weer vrolijk op kwam en nog groter werd dan voorgaande jaren was onze interesse gewekt. Intussen is het een van de grootste ontdekkingen op het gebied van winterharde exotische bladplanten. De zware wortelknollen produceren elke zomer na de bloei een aantal fantastisch grote, gelobde bladeren met een doorsnede van 60 - 90 cm op een blauwgroene bladsteel met weinig zwarte vlekken. Een must voor de liefhebber van bladstructuren!
We zijn trots deze nieuwe bladplant te kunnen introduceren welke onder de noemer 'architectural plants' past. Per toeval hebben we deze soort verkregen met een import onder de naam 'Typhonium giganteum', waarmee vaak Arisaema fargesii bedoeld wordt. Dit bleek echter een geheel andere, onbekende plant te zijn. Volgens onze informatie is
deze soort afkomstig uit de koele berggebieden in de Himalaya.
Deze soort blijkt in ieder geval prima winterhard sinds 1998 op een niet
te natte standplaats in de winter. De Reuzevoodoolelie maakt
na de bizarre bloeiwijze reusachtige bladeren op een blauwgroen met zwart
gevlekte bladsteel,. met het formaat van een terrastafeltje..
Het is een van de meest spectaculaire bladplanten op de kwekerij.
Deze plant maakt enorme knollen welke een omvang van circa
20 cm bereiken na drie jaar en een gewicht van 3 - 5 kilo!!
Deze soort is nog vrij schaars en daarom slechts in kleine
aantallen verkrijgbaar. Planten op een zonnige tot gedeeltelijke
schaduw plek. Na succesvolle bestuiving ontwikkeld zich een
grote, paarszwarte samengestelde vrucht welke in het late
najaar, na uitrijping, uiteenvalt in tientallen zwarte vruchtjes.
In onze proeftuin ontwikkelen zich spontaan nieuwe plantjes
uit dit zaad. De zaailingen werken zich de grond in en vormen
daar nieuwe knollen. Op natte klei treedt soms rotting op
in de winter. Op droge, zandige grond, komen de knollen buiten
al negen jaar goed de winter door en vormen zich langzaam grotere
clusters. Prachtig als tussenbeplanting bij bamboes en bananen of als solitair voor een schitterend bladeffect.

Zantedeschia aethiopica Crowborough, Green Goddes, Colombe de la Paix (White Calla)
Prachtige Calla met witte kelken. Een winterharde vorm van de Zuid Afrikaanse Zantedeschia. Groot, zachtgroen, puntig toelopend blad. Hoogte 1 – 1.2 m. Diep planten. Verlangt een diepe, vochthoudende humusrijke grond.
De witte aronskelk uit Zuid Afrika (Lesotho). De selectie Green Goddes heeft grote blauwgroene bladeren Belangrijk is dat de plant diep wordt aangeplant op een vochthoudende bodem! Alleen dan ontwikkelt Zantedeschia zich optimaal tot planten met loof van 1 meter hoog en bloeistengels tot 1.30 m met grote witte – groene kelken. Regelmatig mest en water doet de rest. In de winter krijgt Zantedeschia een mulchlaag met strooisel en (ruwe) mest.
